Verbintenissenrecht
Zorgverzekering. Vordering afgewezen omdat gedaagde ervan uit mocht gaan dat hij alles wat openstond had betaald.
Rechtbank Midden-Nederland, 21 augustus 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:5073 · Rechtbank Midden-Nederland · 21 augustus 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2024-5073
Zaakgegevens
Op 21 augustus 2024 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 21 augustus 2024
- Datum publicatie
- 23 augustus 2024
- Zaaknummer
- 11122262 UC 24-3575
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:5073
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Zorgverzekering. Vordering afgewezen omdat gedaagde ervan uit mocht gaan dat hij alles wat openstond had betaald.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11122262 \ UC EXPL 24-3575
Vonnis van 21 augustus 2024
in de zaak van
de naamloze vennootschap
VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: VGZ,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde] ,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- het proces-verbaal van de rolzitting van 5 juni 2024, waar [gedaagde] op de dagvaarding heeft gereageerd,
- de akte van VGZ met producties 4 en 5,
- de mondelinge behandeling van 7 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Waar deze zaak over gaat
[gedaagde] is van mei 2012 tot en met februari 2014 en van oktober 2019 tot en met augustus 2020 verzekerd geweest voor ziektekosten bij VGZ.
VGZ vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.466,30 aan niet betaalde premie en zorgkosten, vermeerderd met rente en kosten.
[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3 De beoordeling
De vordering van VGZ zal worden afgewezen. De kantonrechter zal dat hierna toelichten.
[gedaagde] heeft op de rolzitting gezegd dat hij naar aanleiding van een brief van december 2023 een bedrag van € 1.100,00 aan VGZ heeft betaald en dat hij ervan uitging dat het daarmee klaar was. VGZ heeft daar in haar akte niet op gereageerd en kon op de mondelinge behandeling ook niet verklaren waarom in december 2023 kennelijk geen melding is gemaakt van de nu nog openstaande vordering, die stamt uit de periode oktober 2019 tot en met augustus 2020. [gedaagde] mocht er daarom van uitgaan dat hij met de betaling van € 1.100,00 alles had betaald wat hij nog aan VGZ was verschuldigd. Dit geldt temeer omdat [gedaagde] - ook al op de rolzitting - onweersproken heeft gesteld dat hij inmiddels voor ziektekosten is verzekerd bij FBTO, terwijl overstappen naar een andere zorgverzekeraar niet mogelijk is als er nog onbetaalde premies zijn.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.