Materieel strafrecht
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - meervoudig · Materieel strafrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 24 maart 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:4432 · Rechtbank Midden-Nederland · 24 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2025-4432
Zaakgegevens
Op 24 maart 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 24 maart 2025
- Datum publicatie
- 14 augustus 2025
- Zaaknummer
- 16/600238-11
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:4432
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
tbs verlenging
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-600238-11 (vordering verlenging tbs met dwangverpleging)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 24 maart 2025
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in [kliniek 1] te [plaats 1] ,
hierna: betrokkene.
1 De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
-
het vonnis van deze rechtbank van 24 februari 2012 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden, omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag (meermalen gepleegd) en bedreiging (meermalen gepleegd);
-
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 5 april 2012;
-
stukken waaruit blijkt dat de rechtbank op 15 oktober 2012 een bevel tot verpleging van betrokkene heeft afgegeven;
-
de beslissing van deze rechtbank van 22 maart 2023, waarbij de tbs voor het laatst is verlengd met twee jaar;
-
de vordering van de officier van justitie van 20 februari 2025, tot verlenging van de tbs met twee jaar;
-
het verlengingsadvies van [kliniek 1] (hierna: de kliniek) van 13 februari 2025, opgemaakt door [A] (regiebehandelaar), [B] (behandelend psychiater), [C] (zorginhoudelijk manager en plv hoofd van de instelling) om de tbs met verpleging te verlengen met twee jaar;
-
het Pro Justitia-rapport van 13 januari 2025, opgemaakt door drs. P.A. de Mon, psychiater;
-
het Pro Justitia-rapport van 8 januari 2025, opgemaakt door drs. P.E. Geurkink, psycholoog;
-
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode 21 maart 2023 tot en met 10 juli 2024.
2 Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 24 maart 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;
- betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.J. Tieman, advocaat te Utrecht;
- de aan de kliniek verbonden deskundige, [D] .
3 Het standpunt van de kliniek
Het standpunt van de kliniek blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de kliniek nader toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.
De kliniek adviseert de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
4 Het standpunt van de niet aan de kliniek verbonden deskundigen
De onafhankelijk psycholoog en psychiater concluderen dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Zij schatten het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel in als (oplopend naar) hoog.
De deskundigen adviseren de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
5 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd.
6 Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
7 Het oordeel van de rechtbank
Maximering
De rechtbank heeft in haar verlengingsbeslissing van 16 april 2014 overwogen dat de
opgelegde maatregel van tbs niet is gemaximeerd. Dit betekent dat de tbs kan worden verlengd als aan de wettelijke vereisten daarvoor wordt voldaan.
Stoornis
Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapportages blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten een autismespectrumstoornis.
Daarnaast stellen de kliniek en de psycholoog ook een (on-)gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis vast. De psychiater gaat uit van een schizo-affectieve stoornis, maar merkt daarbij op dat dit niet betekent dat er sprake is van een discrepantie tussen zijn diagnostische conclusie en die van de kliniek en de psycholoog.
De rechtbank overweegt dat voor het verlengen van de tbs onder meer vereist is dat er sprake is van een stoornis. Uit het advies van de kliniek en de onafhankelijk deskundigen volgt dat aan dit vereiste wordt voldaan. De rechtbank kent in het kader van de te nemen beslissing geen doorslaggevende betekenis toe aan de omstandigheid dat de diagnoses van de kliniek en de deskundigen niet geheel overeenkomen.
Recidivegevaar
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als (oplopend naar) hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies en de Pro Justitia-rapporten van de deskundigen te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
De rechtbank is, gelet op het advies van kliniek, de rapporten van de onafhankelijk deskundigen en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs vereist. De rechtbank is daarbij van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Betrokkene is in oktober 2023 in het kader van transmuraal verlof overgeplaatst binnen de [kliniek 1] van het FPC naar de [kliniek 2] . Betrokkene verblijft op de afdeling [afdeling] , een rustige afdeling waar 8 patiënten veel structuur en intensieve zorg op maat wordt geboden. Betrokkene is stabiel en er is een stijgende lijn te zien in zijn dagelijks functioneren. Sinds betrokkene in 2018 is ingesteld op dwangmedicatie komen agressieve incidenten niet meer voor. Betrokkene heeft geen structurele dagbesteding. Betrokkene heeft sinds december 2023 onbegeleide vrijheden, maar hij maakt daarvan maar weinig gebruik. Betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat hij vanwege de medicatie te weinig fut heeft voor het uitbreiden van het verlof en het zoeken van dagbesteding.
Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en hij heeft ter zitting aangegeven dat hij de medicatie het liefst zou willen minderen of stoppen. De kliniek en de deskundigen wijzen juist op het grote belang van de medicatie. Gezien de (psychotische) kwetsbaarheid, de autismespectrumstoornis en de beperkingen van betrokkene, is het in het kader van het risicomanagement van groot belang dat betrokkene medicatie blijft gebruiken en dat hem blijvend begeleiding, structuur, controle en toezicht wordt geboden.
De psychiater heeft erop gewezen dat de lusteloosheid en vermoeidheid van betrokkene mogelijk worden veroorzaakt door het antipsychoticum dat betrokkene in depotvorm wordt toegediend. Volgens de psychiater zou onderzocht kunnen worden of de levenslust van betrokkene toeneemt door verlaging van de dosering van de depotmedicatie dan wel door toevoeging van bijvoorbeeld vortioxetine aan de depotmedicatie. De aan de kliniek verbonden deskundige heeft ter zitting toegezegd dat het advies van de psychiater bij een volgende behandelevaluatie zal worden besproken.
De kliniek is op zoek naar een vervolgvoorziening voor betrokkene en richt zich vooralsnog op overplaatsing naar de [kliniek 3] omdat betrokkene dan dichterbij zijn zus kan verblijven, waar hij goed contact mee heeft. Betrokkene is geaccepteerd bij [kliniek 3] onder de voorwaarden dat hij (eerst) meer gebruik gaat maken van zijn vrijheden en gaat werken aan dagbesteding. De komende tijd zal blijken of betrokkene daartoe in staat zal zijn.
De conclusie
De rechtbank stelt vast dat niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig kunnen zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de tbs met dwangverpleging rechtvaardigen.
De rechtbank zal dan ook de maatregel met twee jaren verlengen.
8 De beslissing
De rechtbank
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. C.A.M. van Straalen en J.I.M. Kuin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2025.
De jongste rechter is buiten staat deze verklaring mede te ondertekenen.