Burgerlijk procesrecht

Regeling vastgelegd in een vonnis.

Rechtbank Noord-Holland, 21 december 2022

Zaakgegevens

Op 21 december 2022 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
21 december 2022
Datum publicatie
20 december 2022
Zaaknummer
331408 / HA ZA 22-523
Procedure
Bodemzaak
Advocaat
mr. M.N Mense te Haarlem, mr. L. Hellinga te Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:11428
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Regeling vastgelegd in een vonnis.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Team Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/331408 / HA ZA 22-523

Vonnis van 21 december 2022

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats],

eisende partij,

hierna te noemen: de Parochie,

advocaat: mr. M.N. Mense te Haarlem,

tegen

1 [gedaagde 1],

te [plaats],
2. [gedaagde 2],

te [plaats],

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2],

advocaat: mr. L. Hellinga te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord

- de brief van 15 december 2022 van de Parochie waarin zij de rechtbank laat weten dat partijen een regeling hebben bereikt, met het verzoek de regeling vast te leggen een vonnis,

- de bekrachtiging van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van de inhoud van de regeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

De Parochie is eigenaar van de kerk en de daarbij behorende pastorie aan de [adres 1] en [adres 2] te [plaats] (hierna: de pastorie). De Parochie heeft met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een tot 31 december 2020 lopende huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de pastorie. Na 31 december 2020 zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de pastorie blijven gebruiken. De Parochie vorderde aanvankelijk veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot ontruiming van de pastorie.
Partijen zijn echter een regeling overeengekomen, en hebben verzocht deze vast te leggen in een vonnis. De rechtbank beslist overeenkomstig de regeling.

3 De beslissing

de rechtbank:

3.1.

bepaalt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] met ingang van 1 november 2022 een maandelijkse vergoeding van € 800,00 verschuldigd zijn aan de Parochie, verdeeld in een gebruiksvergoeding van € 300,00 en een voorschot van € 500,00 voor het verbruik van gas, elektra en water, en dat dit bedrag steeds uiterlijk op de eerste dat van de betreffende maand door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dient te zijn voldaan,

3.2.

bepaalt dat als het verbruik van gas en elektra meer dan de in totaal betaalde voorschotten (€ 500,00 per maand, derhalve € 4.500,00) bedraagt, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gehouden zijn een kostendekkend bedrag bij te betalen nadat de afrekening is opgemaakt, waarbij de eindafrekening zal plaatsvinden op 31 juli 2023 overeenkomstig de volgende formule: het totale verbruik in de periode november 2022 – mei 2023 maal de door Vattenfall, althans de energieleverancier, toegepaste prijzen verminderd met het totaal van betaalde voorschotbedragen,

3.3.

bepaalt dat als het verbruik van gas en elektra minder dan het voorschot van € 500,00 bedraagt, het verschil wordt toegevoegd aan de gebruiksvergoeding en toekomt aan de Parochie,

3.4.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] uiterlijk 31 juli 2023 de pastorie te verlaten en leeg en ontruimd, behoorlijk schoongemaakt, op te leveren aan de Parochie,

3.5.

bepaalt dat de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] betaalde waarborgsom geldt als gebruiksvergoeding en niet wordt terugbetaald aan de Parochie,

3.6.

bepaalt dat de levering van gas, elektra en water zal worden voortgezet tot en met 31 juli 2023,

3.7.

bepaalt dat partijen elk de eigen kosten van rechtsbijstand dragen, meer in het bijzonder explootkosten, griffierechten en salaris advocaten,

3.8.

bepaalt dat als het bepaalde onder 3.1. niet stipt wordt nagekomen, de tussen partijen gesloten regeling vervalt, ook het gebruiksrecht van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] per direct vervalt, en veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in dat geval om de parochie binnen veertien (14) dagen na aanzegging te ontruimen,

3.9.

bepaalt dat de hiervoor opgenomen verplichtingen hoofdelijk zijn,

3.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2022.