Burgerlijk procesrecht
Aanvullend vonnis op de voet van art. 32 Rv; niet beslist op vordering BGK.
Rechtbank Noord-Holland, 3 augustus 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:6724 · Rechtbank Noord-Holland · 3 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2022-6724
Zaakgegevens
Op 3 augustus 2022 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 3 augustus 2022
- Datum publicatie
- 2 augustus 2022
- Zaaknummer
- C/15/323157 / HA ZA 21-655
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2022:6724
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvullend vonnis op de voet van art. 32 Rv; niet beslist op vordering BGK.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]aanvullend vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/323157 / HA ZA 21-655
vonnis van 3 augustus 2022 met betrekking tot het verzoek om aanvulling van het vonnis van 13 juli 2022 (art. 32 Rv)
in de zaak die bij deze rechtbank aanhangig is geweest tussen
1 [eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats 4], gemeente [gemeente],
eisers,
advocaat mr. M.L. Dingemans te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] MAKELAARS B.V.,
statutair gevestigd te [plaats 2], kantoorhoudend te [plaats 3], gemeente [gemeente],
gedaagde,
advocaat mr. N. van Baren-Elderman te Rotterdam.
Partijen zullen hierna [eiser 1] c.s. en [gedaagde] genoemd worden.
1 Het verzoek en het verweer
[eiser 1] c.s. verzoeken de rechtbank om het op 13 juli 2022 gewezen vonnis aan te vullen op de voet van artikel 32 Rv, omdat in dat vonnis niet is beslist op de vordering sub III van [eiser 1] c.s., inhoudende dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling aan [eiser 1] c.s. van de buitengerechtelijke kosten van € 2.288,45 (inclusief BTW), althans een in goede justitie te bepalen bedrag.
[gedaagde] is bij brief van deze rechtbank van 19 juli 202 in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek van [eiser 1] c.s. tot aanvulling van het gewezen vonnis.
[gedaagde] heeft in zijn reactie op het verzoek verwezen naar het verweer dat is opgenomen in randnummer 7.1 van de conclusie van antwoord van [gedaagde]. Daarin voert [gedaagde] aan dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten, in het geval de rechtbank tot het oordeel komt dat [gedaagde] schadeplichtig is jegens [eiser 1] c.s., conform de BIK-staffel naar beneden moeten worden bijgesteld afhankelijk van het toe te kennen schadebedrag.
2 De beoordeling
Artikel 32 lid 1 Rv bepaalt dat de rechter te allen tijde op verzoek van een partij zijn vonnis aanvult indien hij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde. De rechtbank is van oordeel dat deze situatie zich hier voordoet. Evident is immers dat op de onderhavige vordering niet is beslist in het vonnis.
Nu in het vonnis van 13 juli 2022 is geoordeeld dat [gedaagde] schadeplichtig is jegens [eiser 1] c.s. voor een bedrag in hoofdsom van € 44.393,-, zullen de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen tot het op grond van de BIK-staffel verschuldigde bedrag, namelijk: € 875 + 1% over (€ 44.393- € 10.000) = € 1.218,93.
Het vonnis van 13 juli 2022 zal worden aangevuld met een beslissing over de buitengerechtelijke kosten, zoals op de hierboven beschreven wijze berekend.
3 De beslissing
De rechtbank
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 1.218,93 aan [eiser 1] c.s.,
bepaalt dat deze aanvulling onder vermelding van de datum van 3 augustus 2022 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 13 juli 2022.
Deze beslissing is gegeven door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2022.