Burgerlijk procesrecht

Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.

Rechtbank Noord-Holland, 26 september 2023

Zaakgegevens

Op 26 september 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
26 september 2023
Datum publicatie
15 november 2023
Zaaknummer
10643392 WM VERZ 23-1146
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2023:11523
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gedraging is voldoende komen vast te staan.

Geen aanleiding om boete te matigen.

Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknummer : 10643392 WM VERZ 23-1146

CJIB-nummer : [nummer]

Uitspraakdatum : 26 september 2023

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

naam : Boedelbak B.V.

adres : Daalmeerstraat 28

woonplaats : 2131 HC Hoofddorp

(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 26 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 7 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene heeft -kort en zakelijk weergegeven- aangevoerd dat de aanhangwagen was verhuurd van 16 juli 2020 11:00 uur tot 17 juli 2022 16:05 uur.

Ingevolge artikel 5 van de WAHV wordt de boete opgelegd aan de kentekenhouder indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met een motorvoertuig waarvoor een kenteken is opgegeven en niet aanstonds is vastgesteld wie de bestuurder is. Hiervan is in het onderhavige geval sprake. De kentekenhouder is dan aansprakelijk voor de boete ongeacht de vraag wie het voertuig bestuurde. Dit is op grond van artikel 8 WAHV slechts anders wanneer betrokkene:

- aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander gebruik is gemaakt van de auto en hij dat gebruik redelijkerwijze niet heeft kunnen voorkomen;

- een voor een termijn van maximaal drie maanden, schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorvoertuig was;

- een vrijwaringbewijs of een verklaring overlegt waaruit blijkt dat hij ten tijde van de gedraging geen eigenaar of houder meer was van het desbetreffende motorvoertuig.

Betrokkene heeft een huurovereenkomst overgelegd waaruit is gebleken dat het kenteken, [kenteken aanhanger 1] , niet overeenkomt met de gegevens in het zaakoverzicht. Vervolgens heeft betrokkene een huurovereenkomst overgelegd waarop enkel het kenteken handmatig is aangepast naar [kenteken 2 aanhanger] . De aanhangwagen met kenteken [kenteken aanhanger 1] is, volgens het door de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie overgelegde uittreksel, ook van betrokkene waardoor niet is vast te stellen of het betreffende voertuig op die dag was verhuurd.

Betrokkene is derhalve als kentekenhouder aansprakelijk voor de opgelegde boete.

De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

? verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending: