Insolventierecht
De rechtbank verklaart het verzoek om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk…
Rechtbank Noord-Holland, 9 juli 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:8482 · Rechtbank Noord-Holland · 9 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/insolventierecht/rekestprocedure/ecli-nl-rbnho-2026-8482
Zaakgegevens
Op 9 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 9 juli 2026
- Datum publicatie
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- NL:TZ:2600517:R-RK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:8482
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank verklaart het verzoek om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk omdat verzoeker geen minnelijk aanbod aan zijn schuldeisers heeft gedaan. Dat binnenkort de termijn van het moratorium afloopt, is op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat het onmogelijk is een aanbod aan de schuldeisers te doen. Ook de verhuurder van de woning van verzoeker zal als schuldeiser bij het minnelijk aanbod aan de schuldeisers worden betrokken. Onderdeel van het voorstel aan de verhuurder kan zijn, dat zij instemt met een verder uitstel van de woningontruiming om het minnelijk akkoord met alle schuldeisers mogelijk te maken.
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Team Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
Rekestnummer: NL:TZ:2600517:R-RK
Vonnis van donderdag 9 juli 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [plaats 1],
wonende te [adres], [postcode] [plaats 2],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in het verzoek.
1 De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- Ter zitting van 25 juni 2026 is schuldenaar hierover gehoord. Schuldenaar is ter zitting bijgestaan door zijn schuldhulpverlener van NewFuture van de gemeente [plaats 2], [betrokkene].
De uitspraak is bepaald op vandaag.
3 De beoordeling
In het verzoekschrift tot toelating tot de wsnp of in een daarbij te voegen bijlage moet worden opgenomen een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de schuldenaar beschikt. Als aannemelijk is dat onvoldoende aflossingsmogelijkheden of andere omstandigheden het onmogelijk maken om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, hoeft voor de afgifte van deze verklaring niet eerst een poging te zijn gedaan om tot een dergelijke regeling te komen.
De schuldhulpverlener heeft ter zitting verklaard dat zij namens schuldenaar geen aanbod aan de thans bekende schuldeisers heeft kunnen doen omdat pas zeer recent alle schulden van [verzoeker] bekend zijn geworden en de termijn van het moratorium, waardoor de ontruiming van de woning van [verzoeker] is opgeschort, binnenkort afloopt. Dat maakt het volgens de schuldhulpverlener onmogelijk om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Zij heeft dit toegelicht door te stellen dat veel tijd is besteed om duidelijkheid te verkrijgen bij de Belastingdienst over de openstaande vorderingen. Bij de Belastingdienst stonden namelijk nog twee aangiften Inkomstenbelasting over het eerste en tweede kwartaal 2025 open. Schuldenaar heeft hier gelijk actie op ondernomen en de aangiften zijn alsnog ingediend. Nadien heeft de schuldhulpverlener diverse keren contact opgenomen met de Belastingdienst om een actueel overzicht van de belastingschulden te krijgen. Uiteindelijk heeft zij op 18 juni 2026 telefonisch een saldo-opgave van de Belastingdienst gekregen. De Belastingdienst zal binnen 14 dagen de saldo-opgave per post toezenden. De door de Belastingdienst opgegeven schulden zijn op de schuldenlijst opgenomen.
De rechtbank is van oordeel dat de toelichting van de schuldhulpverlener onvoldoende is voor de conclusie dat het aannemelijk is dat het voor [verzoeker] onmogelijk is om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Met de door de Belastingdienst telefonisch verstrekte saldo-opgave had hij een minnelijk aanbod op basis van een prognoseakkoord kunnen voorgeleggen aan de schuldeisers. De verwachting is immers niet reëel dat de schriftelijke opgave van de Belastingdienst substantieel zal afwijken van de telefonisch verstrekte gegevens. Dat binnenkort de termijn van het moratorium afloopt, is op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat het onmogelijk is een aanbod aan de schuldeisers te doen. Ook de verhuurder van de woning van [verzoeker] zal als schuldeiser bij het minnelijk aanbod aan de schuldeisers worden betrokken. Onderdeel van het voorstel aan de verhuurder kan zijn, dat zij instemt met een verder uitstel van de woningontruiming om het minnelijk akkoord met alle schuldeisers mogelijk te maken. [verzoeker] heeft tijdens het minnelijk traject tot nu toe steeds tijdig de huur betaald. Dat zal zeker helpen om instemming te krijgen van de verhuurder voor een verder uitstel van de woningontruiming in afwachting van een definitief akkoord met de schuldeisers.
Omdat de schuldhulpverlener van [verzoeker] nog geen voorstel heeft gedaan aan de schuldeisers en zij ook de verhuurder niet heeft gevraagd om in te stemmen met een verder uitstel van de woningontruiming in afwachting van een minnelijk akkoord, zal [verzoeker] met hulp van zijn schuldhulpverlener eerst die route moeten bewandelen om een minnelijk akkoord met de schuldeisers alsnog mogelijk te maken. De rechtbank zal daarom het verzoek van [verzoeker] om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk verklaren. Mocht dit minnelijk traject onverhoopt niet slagen, dan kan hij alsnog een verzoek doen om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling.
4 De beslissing
De rechtbank:
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Dit is de beslissing van mr. J. van der Kluit, rechter, in samenwerking met H.A. van Bulken, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op donderdag 9 juli 2026.