Personen- en familierecht

Gebieds- en contactverbod van grootouders voor schoondochter en kleinzoon. Het contactverbod ten aanzien van…

Rechtbank Noord-Holland, 30 september 2026

Zaakgegevens

Op 30 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
30 september 2026
Datum publicatie
30 oktober 2026
Zaaknummer
C/15/381873 / KG ZA 26-515
Procedure
Kort geding
Advocaat
mr. S.M. van de Weijer
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:14813
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gebieds- en contactverbod van grootouders voor schoondochter en kleinzoon. Het contactverbod ten aanzien van het kind geldt, tenzij en voor zover de betrokken hulpverlening in het belang van het kind contact wel toestaat.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/381873 / KG ZA 26-515

Vonnis in kort geding van 30 september 2026

in de zaak van

[de moeder] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. S.M. van de Weijer,

tegen

1 [de opa vz] ,

2. [de oma vz],

beiden te [plaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen ‘de grootouders vz’ en afzonderlijk ‘opa vz’ en ‘oma mz’

De zaak in het kort

Na het verbreken van de relatie tussen de moeder en de zoon van gedaagden, zien gedaagden de minderjarige kleinzoon waar zij jarenlang wekelijks op hebben gepast niet meer. Na zo’n twee jaar geleden met betrokken hulpverlening te hebben afgesproken dat zij in het belang van het kind hem niet meer zullen opzoeken op school, zoeken de grootouders hem daar weer op. Dit gebeurt tegen het advies van de betrokken hulpverlening en de school in. Daarnaast heeft de opa aan vaderszijde agressief gehandeld tegenover de moeder. De moeder vordert daarom tijdelijke gebieds- en contactverboden. De grootouders zijn het er niet mee eens en vinden dat er omgang van het kind met hen moet zijn. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de moeder in het belang van het kind toe, maar beperkt wel de omvang van de gebiedsverboden en bepaalt dat het contactverbod ten aanzien van het kind geldt, tenzij en voor zover de betrokken hulpverlening in het belang van het kind contact wel toestaat.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 12 producties
- de conclusie van antwoord (‘verweerschrift’) met acht producties
- de mondelinge behandeling van 16 september 2026, waarbij mr. Van de Weijer spreekaantekeningen heeft overgelegd en de griffier voor het overige aantekeningen heeft gemaakt.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De moeder en een zoon van de grootouders vz (hierna: de vader) hebben een affectieve relatie gehad, die eind 2023 is geëindigd. Uit die relatie is op [geboortedatum] het minderjarige kind [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ) geboren. De moeder heeft het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] . De vader heeft [de minderjarige] erkend.

2.2.

De grootouders vz zijn betrokken bij [de minderjarige] en hebben de eerste vier jaar van zijn leven twee dagen per week voor hem gezorgd. Sinds het einde van de relatie woont [de minderjarige] met de moeder bij zijn grootouders aan moederszijde. In die periode is het oppassen door de grootouders vz (vz = vaderszijde) op [de minderjarige] gestopt.

2.3.

In maart 2024 gingen de vader en opa vz zonder toestemming van de moeder een slaapkamer van de voormalige gezamenlijke woning waar zij op dat moment verbleef binnen en vertrokken zij pas nadat de moeder meerdere malen had geroepen dat ze uit de kamer moesten gaan. De moeder heeft onder meer hiervan aangifte gedaan.

2.4.

Politie heeft zorgmelding(en) gedaan bij Veilig Thuis. Vanaf mei 2024 was het Jeugdteam betrokken bij [de minderjarige] en zijn ouders. In dat kader heeft in juni 2024 het Jeugdteam ook met de grootouders vz gesproken en hebben zij afgesproken dat de grootouders vz geen bezoek meer aan de school van [de minderjarige] zouden brengen.

2.5.

In een notitie van de Beschermingstafel is onder meer opgenomen:

Het Jeugdteam is deze ochtend [in juli 2024, toevoeging rechtbank] door de school van [de minderjarige] geappt met het bericht dat opa (vz) bij het schoolplein stond en niet weg wilde gaan. Opa zegt tegen school dat hij niets kwaad doet en dat hij school zal blijven bezoeken zolang de rechter geen omgang uitspreekt en [de moeder] [de moeder] hem omgang met [de minderjarige] ontzegd. School is met opa in gesprek gegaan waarin is gezegd dat de bezoeken niet helpend zijn voor [de minderjarige] .

[…]

De afspraken die vanuit Veilig Thuis met ouders gemaakt zijn in de overdracht naar het Jeugdteam zijn binnen het vrijwillig kader niet haalbaar gebleken. Er blijven conflicten plaatsvinden tussen ouders en [de moeder] en opa (vz) waar [de minderjarige] bij aanwezig is. [de minderjarige] heeft geen contact met zijn vader, [de moeder] heeft aangegeven dit emotioneel niet te kunnen ondersteunen.

De afspraken die het Jeugdteam meermaals met opa (vz) heeft gemaakt wat betreft het niet bezoeken van de school van [de minderjarige] worden niet nagekomen.

De laatste keer dat opa (vz) bij school stond (12-11-2024) heeft opa (vz) 2 uur aan het schoolplein gestaan en heeft hij aan de voordeur van school getrokken. Hierna is opa (vz) naar de externe gymzaal gelopen om te vragen of ‘de kleintjes’ nog kwamen gymmen. Na dit bezoek heeft school besloten dat, wanneer [de minderjarige] zijn klas naar de externe gymzaal moet lopen, hier een extra persoon bij meeloopt. Dit omdat de Juf van [de minderjarige] heeft aangegeven de veiligheid voor [de minderjarige] en de andere kinderen niet te kunnen waarborgen in verband met de onverwachte bezoeken van Opa (vz).

2.6.

Op 22 december 2025 hebben de moeder en de vader onder begeleiding van Jeugdbescherming een gezinsplan met zogenoemde veiligheidsafspraken vastgesteld. Onderdeel van de veiligheidsafspraken is dat [de minderjarige] niet wordt overvallen door onverwachts contact met familieleden en dat de vader en diens familie niet op of rondom school verschijnen totdat hierover met Jeugdbescherming en school duidelijke afspraken zijn gemaakt, waarbij [de minderjarige] vooraf is geïnformeerd.

2.7.

Bij beschikking van 21 april 2026 heeft de familierechter het verzoek van de vader om samen met de moeder het ouderlijk gezag van [de minderjarige] te hebben, afgewezen. Eerst moet worden gewerkt aan contactherstel tussen de vader en [de minderjarige] .

2.8.

Op 28 mei 2026 heeft opa vz op het kantoor van Jeugdbescherming geprobeerd de moeder aan te vliegen. Jeugdbescherming heeft daarop de grootouders vz laten weten dat zij niet meer welkom zijn op de locatie van Jeugdbescherming.

2.9.

Bij beschikking van 4 juni 2026 heeft de kinderrechter overwogen dat [de minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat op school en thuis wordt gezien dat [de minderjarige] stress heeft en moeite heeft met emotie-regulatie. De kinderrechter heeft daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] die sinds 11 juni 2025 gold, met een jaar verlengd.

2.10.

De grootouders vz sturen [de minderjarige] (felicitatie)kaarten. Op 25 juni 2026 hebben de grootouders vz aan [de minderjarige] een kaart gestuurd waarop onder meer staat:

Voor de derde keer gaan we met de hele familie naar Turkije. Helaas wil je moeder ook dit jaar niet dat je meegaat.

2.11.

In juli 2026 is opa vz naar de school gekomen waarna hij door personeel van de school is verzocht weg te gaan.

2.12.

De school heeft op 19 augustus 2026 de moeder laten weten dat wanneer de klas van [de minderjarige] naar de externe gymzaal loopt naast de leerkracht een extra persoon meeloopt en dat als (een van) de grootouders vz zich op of rondom school begeven hen zal worden gevraagd te vertrekken, maar dat zij afspraken waarbij zij geen partij is niet kan handhaven.

2.13.

Op 20 en 27 augustus 2026, toen [de minderjarige] met zijn klas naar de gymzaal liep, hebben de grootouders vz hem opgezocht en aangesproken. Over het laatstgenoemde bezoek heeft de leerkracht onder meer de volgende notitie gemaakt:

- Leerkracht loopt met de klas naar de gymzaal.

- Opa en oma lopen naast de rij en roepen [de minderjarige]

- [de minderjarige] rent naar voren, voor de rij uit

- Rent terug naar de leerkracht en pakt haar hand

- Opa en oma lopen achter ons

- Opa zegt: “We houden van je, geef oma een knuffel(tje)..”

- Opa vraagt: “Is juf trots op je?” Leerkracht antwoordt met: “Meer dan trots”

- Bijna bij de gymzaal (nog voor oversteken) geeft [de minderjarige] oma een knuffel, houdt hand leerkracht vast

[…]

- [de minderjarige] heeft gezegd: “Ik mag niet met jullie praten van mama” opa antwoord: “Je moeder is gek, papa mist je heel erg”

[…]

- [naam directeur] heeft grootouders buiten op straat aangesproken met de mededeling dat dit niet de bedoeling is. Grootouders geven aan dat ze dit blijven doen.

- [naam directeur] vertelt grootouders ook dat school geen partij is in het conflict tussen ouders/ grootouders, dat school er is om op een veilige manier onderwijs te kunnen geven.

2.14.

Bij e-mail van 27 augustus 2026 aan de moeder hebben de grootouders vz onder meer geschreven:

Wij hebben 2,5 jaar geprobeerd de rust te bewaren en aan alles te voldoen wat van ons werd gevraagd. Daarmee hebben wij lang genoeg laten zien dat wij bereid zijn mee te werken.

Maar wij gaan niet langer stilzitten terwijl de tijd/jeugd van [de minderjarige] voorbijgaat. Wij zullen vanaf nu binnen de mogelijkheden voor onze band met hem blijven opkomen. Niet om jou terug te pakken en niet om een oorlog te beginnen, maar omdat wij weigeren onze kleinzoon los te laten.

2.15.

Jeugdbescherming heeft begin september over [de minderjarige] onder meer het volgende genoteerd:

Jeugdbescherming heeft vernomen dat de grootouders van vaderszijde ondanks herhaaldelijke gesprekken met vader en de grootouders contact blijven zoeken met [de minderjarige] op school, onder meer door hem op te zoeken, te begroeten en hem te omhelzen. Hoewel Jeugdbescherming begrijpt dat deze acties voorkomen uit betrokkenheid en de wens om contact met [de minderjarige] te hebben, maakt zij zich zorgen over de gevolgen hiervan voor het welzijn van [de minderjarige] .

[…]

Jeugdbescherming acht het van belang dat [de minderjarige] zoveel mogelijk rust, duidelijkheid en voorspelbaarheid ervaart. Dergelijke onverwachte contactmomenten kunnen leiden tot spanning, verwarring en een toename van het loyaliteitsconflict. Daarnaast bestaat het risico dat contactinitiatieven buiten de gemaakte afspraken om zorgvuldig op de bouwen contacten tussen vader en [de minderjarige] en het daarop gerichte hulpverleningstraject doorkruisen.

[…]

deze contactinitiatieven op dit moment niet aansluiten bij de ontwikkelingsbehoeften van [de minderjarige] .

3 Het geschil

3.1.

Postma vordert samengevat - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de grootouders vz ieder te verbieden gedurende een periode van 12 maanden, zich te vertonen of op te houden in het gebied rondom de school van [de minderjarige] , omgrensd door [weg] (W), de [weg] (N), het water [het water] en [het water] (0) en de [centrum] (Z),

II. de grootouders vz ieder te verbieden gedurende een periode van 12 maanden, zich te vertonen of op te houden in het gebied rondom de woning van de moeder, omgrensd door het water [het water] (N), het water [het water] (O), de N8 inclusief het station [station] (Z) en het water [het water] ,

III. de grootouders vz ieder te verbieden op welke manier dan ook contact op te nemen met de moeder en/ of [de minderjarige] ,

IV. te bepalen dat de grootouders vz hoofdelijk dwangsommen verbeuren van € 500 per dag dat een van hen of zij beiden zich afzonderlijk of gezamenlijk niet aan de vorderingen onder I en II voldoen met een maximum van € 50.000,

V. de grootouders vz te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

De grootouders voeren verweer, samengevat strekkend tot afwijzing van de vorderingen. Zij voeren onder meer aan dat zij vinden dat de vader het recht heeft zijn zoon te zien en dat de gevorderde verboden niet nodig en niet proportioneel zijn.

3.3.

De voorzieningenrechter zal hierna, voor zover van belang, nader op de stellingen van partijen ingaan.

4 De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vorderingen. De voorzieningenrechter zal daarom overgaan tot de inhoudelijke beoordeling.

Het belang van [de minderjarige]

4.2.

Een gebiedsverbod vormt een inbreuk op het aan iedereen toekomende recht om zich vrij te kunnen verplaatsen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen. Voor een contactverbod moet in elk geval een reële dreiging bestaan van toekomstig onrechtmatig handelen van de grootouders vz tegenover de moeder en [de minderjarige] .

4.3.

De huidige situatie rechtvaardigt het opleggen van een tijdelijk gebieds- en contactverbod, maar ten opzichte van de vorderingen beperkt. De voorzieningenrechter legt dit uit.

4.4.

Artikel 3 lid 1 IVRK bepaalt dat bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het kind een eerste overweging moeten zijn. Met alle maatregelen betreffende kinderen is bedoeld niet alleen maatregelen die direct tot kinderen zijn gericht, maar ook waar kinderen bij betrokken zijn. Daarvan is hier sprake.

4.5.

[de minderjarige] bevindt zich in de moeilijke situatie dat zijn ouders niet zelfstandig in zijn belang tot afspraken komen. Sinds 2024 zijn verschillende hulpverleningsinstanties bij hem en zijn ouders betrokken om met name tot herstel van het contact met zijn vader te komen, maar dat heeft tot nu toe nog niet geleid tot een bestendige omgangsregeling. Bovendien is er een geschil ontstaan tussen de moeder en de grootouders vz waardoor [de minderjarige] hen eigenlijk niet meer ziet.

In deze situatie ervaart [de minderjarige] spanning. Onverwachte contactmomenten vanuit de grootouders vz kunnen die spanning, verwarring en het bestaande loyaliteitsconflict versterken en contactherstel met de vader doorkruisen, zo concludeerde Jeugdbescherming deze maand. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding aan die conclusie te twijfelen. Daarnaast heeft de school te kennen gegeven dat vanwege de bezoeken van de grootouders vz tijdens schooltijd een extra persoon moet meelopen naar de gymzaal.

4.6.

De voorzieningenrechter stelt het belang van [de minderjarige] voorop. Hoe begrijpelijk de wens van de grootouders vz ook is om contact met [de minderjarige] te hebben, [de minderjarige] moet in staat worden gesteld in een stabiele omgeving tot rust te komen, zeker ook met het oog op contactherstel met zijn vader. Daarnaast moet de school in staat zijn om zonder extra maatregelen op een veilige manier onderwijs te geven aan onder meer [de minderjarige] . De grootouders vz hebben zich eerder gecommitteerd aan de afspraak om geen bezoek te brengen aan school, maar zijn daarvan teruggekomen omdat het hulpverleningstraject voor contactherstel tussen [de minderjarige] en zijn vader naar hun mening te lang duurt. De voorzieningenrechter heeft er begrip voor dat de grootouders vz het traject lang vinden duren, maar dat rechtvaardigt niet dat zij het hulpverleningstraject met hun handelwijze frustreren. Zoals hiervoor al overwogen volgt uit de rapportage van Jeugdbescherming dat [de minderjarige] gebaat is bij rust, duidelijkheid en voorspelbaarheid en dat onverwachte contactmomenten kunnen leiden tot spanning, verwarring en een toename van het loyaliteitsconflict. Jeugdbescherming stelt ook dat de contactinitiatieven op dit moment niet aansluiten bij de ontwikkelingsbehoeften van [de minderjarige] .

4.7.

De kans dat de grootouders vz weer op school verschijnen is reëel. Zij hebben tegenover de moeder en school te kennen gegeven [de minderjarige] te zullen blijven opzoeken en in deze procedure zijn de grootouders vz daar niet van terug gekomen.
Daarnaast heeft de moeder haar gevoel van onveiligheid als opa vz zich in haar buurt bevindt, voldoende onderbouwd. Niet alleen het incident met opa vz in de slaapkamer speelt daarbij een rol, maar ook zijn agressieve optreden richting de moeder op de locatie van Jeugdbescherming, naar aanleiding waarvan de grootouders vz een pandverbod is opgelegd.

De grootouders vz moeten zich realiseren dat angstgevoelens van de moeder ook invloed hebben op (het welzijn van) [de minderjarige] en het contactherstel met zijn vader. Voorkomen moet worden dat de situatie tussen partijen verder escaleert.

4.8.

De voorzieningenrechter zal de grootouders vz tijdelijk verbieden om in de buurt van de school van [de minderjarige] en van de woning van de moeder te komen en om contact op te nemen met [de minderjarige] . Het hulpverleningstraject loopt via de ouders van [de minderjarige] en is in de eerste plaats gericht op contactherstel van [de minderjarige] met zijn vader. De grootouders vz hebben geen blijk gegeven van enig inzicht in het effect van hun handelen op [de minderjarige] en het hulpverleningstraject. Uitlatingen als “je moeder is gek” en “Helaas wil je moeder ook dit jaar niet dat je meegaat” kunnen het loyaliteitsconflict dat [de minderjarige] ervaart alleen maar versterken en dragen niet bij aan herstel van het contact. De voorzieningenrechter kan zich voorstellen dat dergelijke uitlatingen voortkomen uit een gevoel van onmacht en frustratie, maar dat maakt het effect op [de minderjarige] niet anders.

Ten aanzien van het contactverbod zal wel worden bepaald dat dit wel is toegestaan indien en zodra Jeugdbescherming het in het belang van [de minderjarige] vindt om contact te hebben met de grootouders vz en daar schriftelijk toestemming voor geeft.

Omvang verboden gebieden

4.9.

De omvang van gevorderde gebiedsverboden, een straal van ca. 1 kilometer rond de school van [de minderjarige] en de woning van de moeder, is te ruim. De moeder heeft niet aannemelijk gemaakt dat een minder groot gebied niet afdoende is. Het gebiedsverbod zal daarom worden beperkt tot de wijk rondom de school van [de minderjarige] en de wijk rondom de woning van de moeder. De verboden gebieden zullen de grootouders vz niet belemmeren bij de woning van hun zoon (de vader) in [plaats] te komen. De grootouders vz hebben verder niets aangevoerd wat zij in deze buurten zouden willen doen, dus de voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de gebiedsverboden hen feitelijk niet meer dan strikt noodzakelijk zullen beperken.

4.10.

Het gaat dan wat betreft de school van [de minderjarige] om het gebied in [plaats] dat ten noorden grenst aan de [straat] , ten oosten aan de [straat] , ten zuiden aan de [straat] en ten westen aan de [straat] , hieronder gearceerd weergegeven.

4.11.

Wat betreft de woning van de moeder gaat het om het gebied in [plaats] dat ten noorden grenst aan de [straat] , ten oosten aan het water [het water] aan de [laan] , ten zuiden aan de [straat] en het water aan de noordkant van Openbare basisschool [openbare basisschool] en ten westen grenst aan de [laan] , hierna gearceerd weergegeven.

Dwangsom gebiedsverboden

4.12.

De voorzieningenrechter zal aan de gebiedsverboden een dwangsom verbinden van € 500,00 per overtreding, na betekening van dit vonnis. De dwangsom dient als prikkel tot nakoming. Gelet op het belang van [de minderjarige] en de moeder daarbij, is de hoogte van dat bedrag redelijk. Wel zal de voorzieningenrechter het maximum aan de te verbeuren dwangsommen beperken tot € 10.000,00. Omdat de verplichtingen tot een niet-doen geen hoofdelijke verbintenissen opleveren, zullen de grootouders vz ieder afzonderlijk (en niet hoofdelijk) worden veroordeeld.

Duur van de verboden

4.13.

De gevorderde duur voor het gebieds- en contactverbod van één jaar is gelet op de omstandigheden van dit geval proportioneel.

Proceskosten

4.14.

De grootouders zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat de moeder heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zullen de grootouders niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van de moeder worden begroot op:

- griffierecht

€

93,00

- salaris advocaat

€

1.177,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.459,00

4.15.

De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat beide grootouders kunnen worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de moeder.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt de grootouders vz gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis zich te bevinden:

  1. in het gebied in [plaats] dat aan de noordkant grenst aan de [straat] , ten oosten grenst aan de [straat] , ten zuiden grenst aan de [straat] en ten westen grenst aan de [straat] , zoals gearceerd aangegeven op het onder 4.10 opgenomen kaartje;

  2. in het gebied in [plaats] dat aan de noordkant grenst aan de [straat] , aan de oostkant grenst aan het water [het water] aan de [laan] , aan de zuidkant grenst aan de [straat] en het water aan de noordkant van Openbare basisschool [openbare basisschool] en aan de westkant grenst aan de [straat] , zoals gearceerd aangegeven op het onder 4.11 opgenomen kaartje;

5.2.

veroordeelt opa vz en oma vz - ieder afzonderlijk - tot betaling aan de moeder van een dwangsom van € 500,00 voor iedere overtreding van de verboden onder 5.1 die zij persoonlijk begaan, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van € 10.000,00,

5.3.

verbiedt de grootouders vz gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met:

  1. [de minderjarige] , tenzij en voor zover hen dit door Jeugdbescherming schriftelijk en uitdrukkelijk wordt toegestaan,

  2. de moeder, anders dan via een advocaat,

5.4.

veroordeelt de grootouders vz hoofdelijk in de proceskosten van € 1.459,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 als de grootouders niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

1680

Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind