Verbintenissenrecht

Luchtvaart; EPGV; besluiten van de (lokale) luchtverkeersleiding; de vervoerder was genoodzaakt de vlucht te…

Rechtbank Noord-Holland, 22 april 2026

Zaakgegevens

Op 22 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
22 april 2026
Datum publicatie
28 april 2026
Zaaknummer
12016475
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:4558
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart; EPGV; besluiten van de (lokale) luchtverkeersleiding; de vervoerder was genoodzaakt de vlucht te annuleren; TAP

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 12016475 \ CV FORM 25-8482

Uitspraakdatum: 22 april 2026

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1 [verzoeker 1]

2. [verzoeker 2]

beiden wonende te [plaats]
verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)

tegen


de vennootschap naar buitenlands recht

Société Air France

gevestigd te Roissy (Frankrijk)

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);

  • het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 15 januari 2025 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Charles de Gaulle Airport (Frankrijk) naar Lamentin Airport (Martinique), met de vluchtcombinatie AF1341 en AF898.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht AF1341 (hierna: de vlucht) geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.

3.2.

De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

De vervoerder heeft een beroep gedaan op (doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Dit verweer van de vervoerder slaagt. Hiertoe wordt als volgt overwogen.

4.4.

Het toestel dat de vlucht zou uitvoeren stond gepland om eerst vlucht AF1340 van Parijs naar Amsterdam uit te voeren. De vertrektijd van vlucht AF1340 is meerdere keren uitgesteld door de luchtverkeersleiding vanwege slechte weersomstandigheden. Het toestel kon ook niet eerder vertrekken, omdat instructies van de luchtverkeersleiding altijd moeten worden opgevolgd. Deze omstandigheid is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. Vlucht AF1340 zou om 07:05 UTC vertrekken naar Amsterdam. Omdat er geen zicht was op verbetering van het CTOT, welke inmiddels was opgeschoven naar 11:39 UTC, was de vervoerder genoodzaakt de vlucht te annuleren.

4.5.

Vast staat dat de passagiers vervolgens zijn omgeboekt op een alternatief, waarmee zij met een vertraging van meer dan 24 uur zijn aangekomen op Martinique. Een dergelijke omboeking kwalificeert in beginsel niet als redelijke maatregel. De vervoerder heeft echter voldoende onderbouwd dat er geen sneller alternatief met plaats beschikbaar was. Hij heeft namelijk toegelicht dat hij gebruikmaakt van een speciaal ingericht systeem genaamd ‘OPR’. Dit systeem zoekt automatisch naar het snelste alternatief beschikbaar ten tijde van het omboeken. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen. De vertraging is namelijk zo beperkt mogelijk gebleven. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen.

4.6.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde;
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking;

5.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.


Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460.