Verbintenissenrecht
Krediet, geen ambtshalve toetsing aan dwingende bepalingen van het consumentenrecht, krediet afgesloten in de…
Rechtbank Noord-Holland, 7 december 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:10822 · Rechtbank Noord-Holland · 7 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnho-2022-10822
Zaakgegevens
Op 7 december 2022 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 7 december 2022
- Datum publicatie
- 6 december 2022
- Zaaknummer
- 10190124 CV EXPL 22-6637
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2022:10822
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Krediet, geen ambtshalve toetsing aan dwingende bepalingen van het consumentenrecht, krediet afgesloten in de uitoefening van beroep of bedrijf en niet als consument.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10190124 CV EXPL 22-6637
Uitspraakdatum: 7 december 2022
Vonnis in de zaak van:
de Buitenlandse EG-Vennootschap met onderneming in Nederland
Qred AB, handelend onder de namen, Qeld Bedrijfsleningen en Qeld
gevestigd te Stockholm (Zweden)
de eisende partij
gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2 De beoordeling
De eisende partij vordert op basis van een zakelijke kredietovereenkomst veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 6.005,87 aan hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en vervallen contractuele rente, te vermeerderen met de contractuele rente over een bedrag van € 4.494,42 vanaf 26 oktober 2022 tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
Uit de overgelegde kredietovereenkomst is gebleken dat de gedaagde partij de kredietovereenkomst gesloten heeft in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf en niet als consument. De kantonrechter heeft daarom bij de beoordeling van de vordering niet ambtshalve getoetst aan het dwingende consumentenrecht. De vordering wordt toegewezen omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 6.005,87, te vermeerderen met de contractuele rente van 2.5% over een bedrag van € 4.494,42 vanaf 26 oktober 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 129,74;
griffierecht € 514,00;
salaris gemachtigde € 311,00;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter