Verbintenissenrecht

betaling vorderen / vordering niet weersproken / vordering toewijzen

Rechtbank Noord-Holland, 17 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 17 oktober 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Zaanstad
Datum uitspraak
17 oktober 2024
Datum publicatie
28 november 2024
Zaaknummer
11238316 \ CV EXPL 24-2182
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:12226
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

betaling vorderen / vordering niet weersproken / vordering toewijzen

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 11238316 \ CV EXPL 24-2182

Uitspraakdatum: 17 oktober 2024

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

gevestigd te [plaats 1]

eiseres

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: D. van Hilten

tegen

[gedaagde] h.o.d.n. [naam]

wonende te [plaats 2]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

verschenen in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 25 juli 2024 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [eiser] heeft haar vordering verminderd. [gedaagde] is niet verschenen en tegen [gedaagde] is verstek verleend.

1.2.

Bij e-mail van 29 augustus 2024 heeft [gedaagde] het verstek gezuiverd en uitstel gevraagd voor het voeren van verweer. [gedaagde] heeft, na het verleende uitstel, niet meer gereageerd.

2 De vordering

2.1.

[eiser] vordert – na vermindering van eis – dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 8.564,40, te vermeerderen met rente en kosten. Dit bedrag bestaat uit een € 8.078,00 voor de verhuur van materialen en € 786,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, verminderd met betalingen ter hoogte van € 300,00.

3 De beoordeling

3.1.

[gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, de vordering niet weersproken. De niet betwiste vordering zal daarom worden toegewezen.

3.2.

De proceskosten (inclusief nakosten) komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. De proceskosten worden aan de kant van [eiser] begroot op:

- dagvaarding € 116,39

- griffierecht € 524,00

- salaris gemachtigde € 339,00

- nakosten € 135,00 (plus de kosten zoals vermeld in de beslissing)

totaal € 1.114,39

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 8.564,40 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 8.078,00 vanaf 18 juli 2022, vervolgens over
€ 7.928,00 vanaf 30 juli 2024 en daarna over € 7.778,00 vanaf 8 augustus 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;

4.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [eiser] worden vastgesteld op € 1.114,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter