Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 9 januari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:714 · Rechtbank Noord-Holland · 9 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnho-2025-714
Zaakgegevens
Op 9 januari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zaanstad
- Datum uitspraak
- 9 januari 2025
- Datum publicatie
- 27 januari 2025
- Zaaknummer
- 11402329 \ CV EXPL 24-3071
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:714
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
erkenning
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11402329 \ CV EXPL 24-3071
Uitspraakdatum: 9 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap Meerlanden B.V.
gevestigd te gemeente Haarlemmermeer en kantoorhoudende te Rijsenhout
eiseres
gemachtigde: mr. E. Holthuizen
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verschenen in persoon
1 Het procesverloop
Eiseres heeft bij dagvaarding van 7 november 2024 een vordering tegen gedaagde ingesteld. Gedaagde heeft op de rolzitting van 28 november 2024 mondeling geantwoord en de vordering erkend.
2 De vordering en het verweer
Eiseres vordert dat de kantonrechter gedaagde veroordeelt tot betaling van € 1.572,41 (bestaande uit de hoofdsom van € 1.536,84 en de reeds verschenen wettelijke rente van € 35,57), te vermeerderen met de verdere wettelijke rente en de proceskosten.
Gedaagde erkent de vordering. De reden dat gedaagde de hoofdsom niet heeft betaald komt door persoonlijke omstandigheden. Hierdoor is hij gestopt met werken en later is hij zijn baan kwijtgeraakt. Sinds ongeveer zes à acht weken werkt gedaagde weer en probeert hij alles weer recht te trekken.
3 De beoordeling
Nu gedaagde de verschuldigdheid van de gevorderde bedragen ten aanzien van de eindafrekening nadat hij uit dienst is getreden en de rente heeft erkend dan wel niet heeft weersproken, zal de vordering worden toegewezen.
Voor zover gedaagde verzoekt om een betalingsregeling, geeft de wet de kantonrechter niet de mogelijkheid om een betalingsregeling op te leggen. Hiervoor moet gedaagde – zoals op de rolzitting van 28 november 2024 al door de kantonrechter is aangegeven – zelf contact opnemen met eiseres.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief de nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 113,54
- griffierecht € 372,00
- salaris gemachtigde € 204,00 (1 punt x € 204,00)
- nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening
zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 791,54
4 De beslissing
De kantonrechter:
Veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van € 1.572,41, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.536,84 vanaf 31 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor eiseres worden vastgesteld op € 791,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter