Verbintenissenrecht
Verstekvonnis. Vordering toegewezen.
Rechtbank Noord-Holland, 30 december 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:11893 · Rechtbank Noord-Holland · 30 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/verstek/ecli-nl-rbnho-2020-11893
Zaakgegevens
Op 30 december 2020 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 30 december 2020
- Datum publicatie
- 12 juli 2023
- Zaaknummer
- 8902942 CV 20-6607
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- VerstekVerstekDe gedaagde of verdachte is niet verschenen; de rechter beslist zonder zijn verweer.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2020:11893
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstekvonnis. Vordering toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Grosse verzonden op:
Zaaknr./rolnr.: 8902942 \ CV EXPL 20-6607 / ej
Uitspraakdatum: 30 december 2020
Verstekvonnis in de zaak van:
[eiseres]
te [woonplaats]
de eisende partij
gemachtigde: Pranger Gerechtsdeurwaarders
tegen
1. [gedaagde 1]
2 [gedaagde 2] , vennoot van gedaagde sub 1
3 [gedaagde 3] , vennoot van gedaagde sub 1
te [woonplaats]
de gedaagde partijen
niet verschenen
De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partijen gedagvaard. Tegen de gedaagde partijen is verstek verleend.
De beoordeling
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald.
De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De gedaagde partijen worden overwegend in het ongelijk gesteld en zullen daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partijen tot betaling aan de eisende partij van € 6.677,21, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.002,10 vanaf 20 oktober 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk, zoals hiervoor vermeld, tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 114,87 wegens dagvaardingskosten,
€ 236,00 wegens griffierecht en
€ 300,00 wegens salaris gemachtigde;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.