Verbintenissenrecht

Ambtshalve toetsing. Alsnog voldaan aan informatieplichten.

Rechtbank Noord-Holland, 1 juni 2022

Zaakgegevens

Op 1 juni 2022 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
1 juni 2022
Datum publicatie
9 juni 2022
Zaaknummer
9496283 \ CV EXPL 21-7019
Procedure
Verstek
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:5041
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ambtshalve toetsing. Alsnog voldaan aan informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9496283 \ CV EXPL 21-7019

Uitspraakdatum: 1 juni 2022

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de buitenlandse rechtspersoon

Zalando Payments GmbH

gevestigd te Berlijn, Duitsland

de eisende partij

gemachtigde: R. Slagman

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 12 januari 2022 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten. Dat heeft zij gedaan bij akte van 9 maart 2022.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter ziet aanleiding om terug te komen op haar oordeel in het tussenvonnis. De eisende partij heeft alsnog toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten. Er zal daarom geen sanctie worden toegepast en de koopovereenkomst blijft geheel in stand.

2.2.

De gevorderde hoofdsom en wettelijke rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

2.3.

De eisende partij maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan de gedaagde partij een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen dan ook worden afgewezen.

2.4.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 26,57, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 25,90 vanaf 13 oktober 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 101,99 wegens dagvaardingskosten,

€ 126,00 wegens griffierecht en

€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter