Verbintenissenrecht
Vordering tussen een handelaar en een consument. Sprake van een uitzondering als bedoeld in artikel 6:230h…
Rechtbank Noord-Holland, 19 juli 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:7295 · Rechtbank Noord-Holland · 19 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/verstek/ecli-nl-rbnho-2023-7295
Zaakgegevens
Op 19 juli 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 19 juli 2023
- Datum publicatie
- 27 juli 2023
- Zaaknummer
- 10573569 \ CV EXPL 23-3925
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- VerstekVerstekDe gedaagde of verdachte is niet verschenen; de rechter beslist zonder zijn verweer.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:7295
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vordering tussen een handelaar en een consument. Sprake van een uitzondering als bedoeld in artikel 6:230h lid 2 sub a van het BW.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10573569 \ CV EXPL 23-3925
Uitspraakdatum: 19 juli 2023
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Capaccs Invest B.V. inzake Ladies Night Nederland B.V.
gevestigd te Eindhoven
de eisende partij
gemachtigde: ACCS International B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2 De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 39,99, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
In artikel 6:230h lid 2 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de bepalingen uit Boek 6, Titel 5, Afdeling 2B BW niet van toepassing zijn op overeenkomsten gesloten buiten de verkoopruimte waarbij de verbintenis van de consument tot betaling van de hoofdsom ten hoogste € 50,00 bedraagt, zoals bij de onderhavige overeenkomst. De kantonrechter zal daarom niet ambtshalve toetsen aan de (pre)contractuele informatieplichten.
De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat de eisende partij de aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW, waarop zij zich ter onderbouwing van de gevorderde buitengerechtelijke kosten beroept, niet heeft overgelegd. Daarmee is in strijd gehandeld met artikel 85 lid 1 Rv. Het overgelegde afschrift van de e-mail is niet voldoende, nu daarin de zogenoemde header ontbreekt, zodat niet kan worden vastgesteld of de e-mail is verstuurd en naar welk adres.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 39,99;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 106,73 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 39,00 wegens salaris gemachtigde;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter