Verbintenissenrecht

Gedaagde heeft bij het aangaan van de ovk gehandeld voor doeleinden binnen zijn beroep/bedrijf dus geen…

Rechtbank Noord-Holland, 20 maart 2024

Zaakgegevens

Op 20 maart 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
20 maart 2024
Datum publicatie
12 maart 2024
Zaaknummer
10914173 \ CV EXPL 24-839
Procedure
Verstek
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:2458
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gedaagde heeft bij het aangaan van de ovk gehandeld voor doeleinden binnen zijn beroep/bedrijf dus geen ambtshalve toetsing informatieplichten. Vordering tav vervallen rente afgewezen. Niet betalen binnen betalingstermijn op factuur is onvoldoende voor het ontstaan van verzuim.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10914173 \ CV EXPL 24-839

Uitspraakdatum: 20 maart 2024

Verstekvonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Olympia Uitzendbureau B.V. handelende onder de naam

Olympia Payroll Services, Olympia Uitzendbureau

gevestigd te Amsterdam

de eisende partij

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

(Pre)contractuele informatieplichten

2.1.

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van

€ 5.327,68, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.

2.2.

De kantonrechter stelt op basis van de door de eisende partij overgelegde stukken vast dat de gedaagde partij bij het aangaan van de overeenkomst heeft gehandeld voor doeleinden binnen zijn beroep en/of bedrijf. De gedaagde partij is aldus niet aan te merken als een consument als bedoeld in artikel 6:230g lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Om die reden zal de kantonrechter niet ambtshalve toetsen of bij het aangaan van de overeenkomst is voldaan aan de informatieplichten van afdeling 2B, titel 5 van Boek 6 BW.

Verdere beoordeling

2.3.

De vordering zal worden toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Uit de veertiendagenbrief van 19 september 2023 (productie 4) blijkt dat de gedaagde partij op dat moment al € 3.400,00 had betaald, zodat een toewijsbare hoofdsom resteert van € 3.955,28 (€ 7.355,28 - € 3.400,00).

2.4.

De eisende partij heeft een bedrag aan vervallen wettelijke rente gevorderd en gesteld dat de gedaagde partij in verzuim is geraakt 14 dagen na de factuurdatum. Zij heeft daarbij verwezen naar de e-mail van 12 juni 2020 (productie 3) en gesteld dat dat de factuur is. Dit betoog gaat echter niet op. Gesteld noch gebleken is dat partijen een betaaltermijn van 14 dagen na factuurdatum zijn overeengekomen. Het enkele verzoek in de e-mail van 12 juni 2020 om binnen 14 dagen te betalen is onvoldoende. Daarom wordt dit onderdeel van de vordering afgewezen. De rente zal wel worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, zoals hierna vermeld.

2.5.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 520,53 zijn terecht berekend over de resterende hoofdsom van € 3.955,28. Deze incassokosten zijn toewijsbaar, net als de over dat bedrag gevorderde wettelijke rente vanaf de dagvaarding.

2.6.

De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 4.475,81, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 113,54 wegens dagvaardingskosten,

€ 524,00 wegens griffierecht en

€ 271,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter