Verbintenissenrecht
Verstekvonnis in een bouwzaak. Buitengerechtelijke ontbinding na verzuim van de aannemer. Toewijzing van de…
Rechtbank Noord-Holland, 16 april 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:3712 · Rechtbank Noord-Holland · 16 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/verstek/ecli-nl-rbnho-2024-3712
Zaakgegevens
Op 16 april 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 16 april 2024
- Datum publicatie
- 16 april 2024
- Zaaknummer
- 10787024
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- VerstekVerstekDe gedaagde of verdachte is niet verschenen; de rechter beslist zonder zijn verweer.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2024:3712
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstekvonnis in een bouwzaak. Buitengerechtelijke ontbinding na verzuim van de aannemer. Toewijzing van de vordering tot teruggave van de verwijderde glas-in-loodramen, en toewijzing van de vordering tot terugbetaling van de betaalde bedragen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Grosse verzonden op:
Zaaknr./rolnr.: 10787024 CV EXPL 23-7295 /
Uitspraakdatum: 7 februari 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
[eiser]
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: mr. S.M. Depmann
tegen
de besloten vennootschap Siccama Bouwgroep B.V.
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
De beoordeling
Het opgevoerde griffierecht voor het beslagrekest zal worden afgewezen, omdat dit griffierecht al is verrekend met het griffierecht dat in deze zaak verschuldigd is.
De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 135,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij om de negen aan de eisende partij in eigendom toebehorende glas in lood ramen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, in de staat waarin de gedaagde partij deze bij de eisende partij heeft verwijderd en heeft meegenomen, aan de eisende partij te retourneren. Op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat de gedaagde partij niet aan het voorafgaande voldoet, met een maximum van
€ 50.000,00;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 37.225,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 36.089,50 vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 360,77 voor verschotten en € 614,00 voor salaris gemachtigde totaal € 974,77.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 129,14 wegens dagvaardingskosten,
€ 693,00 wegens griffierecht (conservatoir beslag: € 314,00 kanton: € 379,00),
€ 543,00 wegens salaris gemachtigde en veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van
€ 135,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10787024 CV EXPL 23-7295 /
Uitspraakdatum: 7 februari 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
[eiser]
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: mr. S.M. Depmann
tegen
de besloten vennootschap Siccama Bouwgroep B.V.
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
De beoordeling
Het opgevoerde griffierecht voor het beslagrekest zal echter worden afgewezen, omdat dit griffierecht al is verrekend met het griffierecht dat in deze zaak verschuldigd is.
De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 135,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij om de negen aan de eisende partij in eigendom toebehorende glas in lood ramen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, in de staat waarin de gedaagde partij deze bij de eisende partij heeft verwijderd en heeft meegenomen, aan de eisende partij te retourneren. Op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat de gedaagde partij niet aan het voorafgaande voldoet, met een maximum van
€ 50.000,00;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 37.225,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 36.089,50 vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij in de beslagkosten, tot op heden begroot op € voor verschotten en € voor salaris gemachtigde totaal € .
veroordeelt de gedaagde partij in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 268,10 voor uitbrengen beslagexploot en € 92,67 voor kosten overbetekening aan de gedaagde partij totaal € 360,77;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 129,14 wegens dagvaardingskosten,
€ 693,00 wegens griffierecht (conservatoir beslag: € 314,00 kanton: € 379,00),
€ 543,00 wegens salaris gemachtigde en veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van
€ 135,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.