Verbintenissenrecht

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Referte. Incassokostenbeding wordt vernietigd vanwege…

Rechtbank Noord-Holland, 4 februari 2026

Zaakgegevens

Op 4 februari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
4 februari 2026
Datum publicatie
6 februari 2026
Zaaknummer
11798162 \ CV EXPL 25-4669
Procedure
Verstek
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:1096
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Referte. Incassokostenbeding wordt vernietigd vanwege oneerlijkheid. Rentebeding getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11798162 \ CV EXPL 25-4669

Uitspraakdatum: 4 februari 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Stichting Sint Antonius Ziekenhuis

te Nieuwegein

de eisende partij

gemachtigde: Flanderijn

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 12 november 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het in dat tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel omtrent de oneerlijkheid van een beding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering daarvan heeft de eisende partij een akte genomen.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In haar akte geeft de eisende partij aan zich te refereren aan het voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding in artikel 3.11 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding, voor zover dit ziet op de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.

2.2.

Artikel 3.11 van de algemene voorwaarden bevat ook een rentebeding. Dat is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Wat is toewijsbaar?

2.3.

De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen.

Conclusie en proceskosten

2.4.

De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.

2.5.

De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 725,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 648,33 vanaf 1 juli 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 146,14;

griffierecht € 340,00;

salaris gemachtigde € 144,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter