Verbintenissenrecht
Ambtshalve toetsing. Verstek. Voldaan aan precontractuele informatieplichten. Onjuiste versie algemene…
Rechtbank Noord-Holland, 25 maart 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3270 · Rechtbank Noord-Holland · 25 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/verstek/ecli-nl-rbnho-2026-3270
Zaakgegevens
Op 25 maart 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 25 maart 2026
- Datum publicatie
- 26 maart 2026
- Zaaknummer
- 11234187 \ CV EXPL 24-2551
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- VerstekVerstekDe gedaagde of verdachte is niet verschenen; de rechter beslist zonder zijn verweer.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3270
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ambtshalve toetsing. Verstek. Voldaan aan precontractuele informatieplichten. Onjuiste versie algemene voorwaarden overgelegd. Beding in overeenkomst over eigen risico bij cascoschade is getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11234187 \ CV EXPL 24-2551
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] BV hodn [bedrijf]
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: Terecht Gerechtsdeurwaarders en Incasso
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2 De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 4.579,53, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten en te verminderen met deelbetalingen.
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Algemene voorwaarden kunnen ook in de overeenkomst zelf zijn opgenomen. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
De eisende partij stelt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard: ‘Algemene voorwaarden keurmerk private lease’ van
1 december 2017. Dit standpunt volgt de kantonrechter niet. De overeenkomst is immers gesloten op 17 februari 2017. Daarom moet er een eerdere versie van deze algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. De eisende partij heeft die versie van de algemene voorwaarden echter niet bij de dagvaarding gevoegd.
Vanwege de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde vergoeding van rente moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of de eisende partij in de toepasselijke algemene voorwaarden bedingen heeft opgenomen over incassokosten en rente, en zo ja, of die bedingen al dan niet oneerlijk zijn. Bij gebreke van (de juiste versie van) de algemene voorwaarden kan de kantonrechter de ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren. Daarom worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente afgewezen (ook al zijn deze vergoedingen in de procedure gebaseerd op wettelijke bepalingen).
Het beding uit de overeenkomst dat verband houdt met de vordering, te weten het beding over eigen risico bij cascoschade op pagina 3 van de overeenkomst, is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden
De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden gelet op het voorgaande afgewezen.
De gedaagde partij heeft reeds een bedrag van € 1.550,00 voldaan. Deze deelbetalingen strekken in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 3.029,53 zal worden toegewezen.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.029,53;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,54;
griffierecht € 496,00;
salaris gemachtigde € 253,00;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter