Verbintenissenrecht

Ambtshalve toetsing. Eindvonnis. Geen reactie eisende partij op voorlopig oordeel in tussenvonnis…

Rechtbank Noord-Holland, 8 juli 2026

Zaakgegevens

Op 8 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
8 juli 2026
Datum publicatie
9 juli 2026
Zaaknummer
11842863 \ CV EXPL 25-5374
Procedure
Verstek
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:8473
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ambtshalve toetsing. Eindvonnis. Geen reactie eisende partij op voorlopig oordeel in tussenvonnis. Vernietiging oneerlijke incassokostenbedingen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11842863 \ CV EXPL 25-5374

Uitspraakdatum: 8 juli 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser] , handelende onder de naam [bedrijf]

te [plaats 1]

de eisende partij

gemachtigde: Armaere B.V.

tegen

[gedaagde]

te [plaats 2]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

In het tussenvonnis heeft de kantonrechter de eisende partij de mogelijkheid gegeven om te reageren op het voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van de incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft niet (tijdig) gereageerd.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter blijft bij wat hij in het tussenvonnis heeft geoordeeld over de oneerlijkheid van de incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden. Daarom vernietigt de kantonrechter het in het tussenvonnis opgenomen beding uit de praktijkvoorwaarden, voor zover dit de incassokosten betreft, en de artikelen 9 tot en met 12 van de KNMT-voorwaarden, eveneens voor zover deze de incassokosten betreffen. De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden afgewezen.

2.2.

De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

2.3.

De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 192,25, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 179,51 vanaf 12 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 145,89;

griffierecht € 135,00;

salaris gemachtigde € 43,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter