Verbintenissenrecht

Verzet gegrond. De oorspronkelijke vordering is onvoldoende onderbouwd.

Rechtbank Noord-Holland, 21 mei 2025

Zaakgegevens

Op 21 mei 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
21 mei 2025
Datum publicatie
20 mei 2025
Zaaknummer
11528422 \ CV EXPL 25-708
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:5501
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet gegrond. De oorspronkelijke vordering is onvoldoende onderbouwd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11528422 \ CV EXPL 25-708

Uitspraakdatum: 21 mei 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eiser in het verzet

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. O. Saaliti

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht
Hoist Finance AB

gevestigd te Stockholm

gedaagde in het verzet

verder te noemen: Hoist Finance

gemachtigde: LAVG BV (Groningen)

1 Het procesverloop

1.1.

Direct Pay Services heeft bij inleidende dagvaarding van 8 december 2015 een vordering ingesteld tegen [eiser].

1.2.

[eiser] is niet verschenen, waarna [eiser] bij verstekvonnis van 15 februari 2017 is veroordeeld.

1.3.

Bij dagvaarding van 31 januari 2025 is [eiser] in verzet gekomen tegen het verstekvonnis.

1.4.

Hoist Finance heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [eiser] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

1.5.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

Direct Pay Services heeft haar vermeende vorderingsrecht overgedragen aan Hoist Finance.

2.2.

Hoist Finance heeft het verstekvonnis op 8 januari 2025 aan [eiser] betekend.

3 Het geschil

3.1.

Direct Pay Services heeft bij inleidende dagvaarding betaling gevorderd van € 1.551,61, te vermeerderen met de wettelijke rente. Direct Pay Services heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat tussen haar rechtsvoorganger (Energiedirect B.V.) en [eiser] een overeenkomst met betrekking tot de levering van energie tot stand is gekomen. Volgens Direct Pay Services is [eiser] tekortgeschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting.

3.2.

[eiser] is bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde.

3.3.

[eiser] vordert, in de verzetdagvaarding, ontheffing van de veroordeling en afwijzing van de oorspronkelijke vordering. [eiser] betwist dat hij een energieleveringsovereenkomst heeft gesloten met Energiedirect B.V.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna voor zover nodig verder ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt vast dat het verzet tijdig en op de juiste wijze is ingesteld, zodat [eiser] in zijn verzet kan worden ontvangen.

4.2.

[eiser] betwist dat hij een overeenkomst met (de rechtsvoorganger van) Hoist Finance is aangegaan. Hoist Finance stelt dat deze overeenkomst wel bestaat, maar heeft aangegeven dat zij (vanwege het tijdsverloop) niet meer over de onderliggende stukken beschikt. Hoist Finance heeft zich bij conclusie van antwoord in oppositie gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. Ook bij inleidende dagvaarding zijn er door Direct Services B.V. (de rechtsvoorganger van Hoist Finance) geen facturen, aanmaningen en/of andere correspondentie/stukken afkomstig van Energiedirect overgelegd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat zowel Hoist Finance als haar rechtsvoorganger de vordering onvoldoende hebben onderbouwd.

4.3.

De conclusie is dat het verzet gegrond is. Het verstekvonnis kan dan ook niet in stand blijven. De oorspronkelijke vordering zal alsnog worden afgewezen.

4.4.

Hoist Finance wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van zowel de verstek- als de verzetprocedure, met dien verstande dat de kosten van de verzetdagvaarding door [eiser] zelf gedragen moeten worden.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart het verzet gegrond en vernietigt het verstekvonnis van 15 februari 2017 met zaaknr/rolnr. 5667558 / CV EXPL 17-742;

5.2.

wijst de oorspronkelijke vordering alsnog af;

5.3.

veroordeelt Hoist Finance tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [eiser] worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van [eiser];

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter