Bestuursrecht overig
Geen herziening van uitspraken van voorzieningenrechter mogelijk.
Rechtbank Noord-Nederland, 28 mei 2020
ECLI:NL:RBNNE:2020:5209 · Rechtbank Noord-Nederland · 28 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/herziening/ecli-nl-rbnne-2020-5209
Zaakgegevens
Op 28 mei 2020 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 28 mei 2020
- Datum publicatie
- 16 oktober 2023
- Zaaknummer
- AWB 20/17, AWB 20/20 en AWB 20/21
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2020:5209
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen herziening van uitspraken van voorzieningenrechter mogelijk.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers:
AWB 20/17
AWB 20/20
AWB 20/21
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker] te [woonplaats] , verzoeker
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Op 24 oktober 2018 (AWB 18/2892), 14 mei 2019 (AWB 18/3244) en 27 augustus 2019 (AWB 19/2552) heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan inzake door verzoeker ingediende verzoeken om voorlopige voorziening.
Op 8 december 2019 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om herziening van vorengenoemde uitspraken.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. Artikel 8:119 van de Awb luidt:
“1. De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
(…)”
3. Gelet op de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 8:119 van de Awb is herziening slechts mogelijk van onherroepelijke uitspraken van de rechtbank als bedoeld in afdeling 8.2.6. van de Awb en van uitspraken van de voorzieningenrechter, als bedoeld in artikel 8:86 van de Awb.
4. De uitspraken waar het herzieningsverzoek zich tegen richt zijn gedaan op grond van artikel 8:84, tweede lid, van de Awb, in samenhang met artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Omdat de uitspraken niet zijn gedaan op grond van afdeling 8.2.6 van de Awb of op grond van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb, staat het rechtsmiddel van herziening niet open en is de voorzieningenrechter niet bevoegd kennis te nemen van het door verzoeker ingediende herzieningsverzoek.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.J. 't Hart, griffier.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:
Als gevolg van maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak voorzover nodig alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.