Bestuursrecht overig
Niet-ontvankelijk verklaring vanwege het ontbreken van connexiteit.
Rechtbank Noord-Nederland, 18 november 2021
ECLI:NL:RBNNE:2021:5760 · Rechtbank Noord-Nederland · 18 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbnne-2021-5760
Zaakgegevens
Op 18 november 2021 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 18 november 2021
- Datum publicatie
- 16 oktober 2023
- Zaaknummer
- LEE 21/3271
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2021:5760
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-ontvankelijk verklaring vanwege het ontbreken van connexiteit.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 21/3271
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 november 2021 in de zaak van
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
Procesverloop
Verzoeker heeft bij schrijven van 5 oktober 2021 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Op 5 oktober 2021 heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Hij heeft daarbij als onderliggende procedure vermeld de procedure die is geregistreerd onder nummer 21/2765.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de procedure 21/2765 een verzoek tot herziening van de in rechte vaststaande uitspraak van de rechtbank van 8 september 2017 betreft (registratienummer 17/151). Deze uitspraak gaat over een geschil van verzoeker met de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen inzake de aanspraken van verzoeker op grond van de Ziektewet.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd te bepalen dat de behandeling van de zaken 21/907, 21/908, 21/914 en 21/954 wordt opgeschort. De voorzieningenrechter stelt vast dat deze zaken gaan over geschillen die eiser heeft met de Belastingdienst inzake de Inkomstenbelasting.
De voorzieningenrechter overweegt dat het aan de belastingrechter is om te beslissen op een eventueel verzoek om uitstel van de behandeling van deze zaken. De voorzieningenrechter stelt vast dat deze geschillen niet connex zijn aan de zaak die is geregistreerd onder nummer 21/2765.
Gelet op het ontbreken van connexiteit wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 november 2021.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: