Bestuursrecht overig

Verzoek voorlopige voorziening ingetrokken. Verzoek om proceskosten.

Rechtbank Noord-Nederland, 13 september 2024

Zaakgegevens

Op 13 september 2024 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
13 september 2024
Datum publicatie
23 september 2024
Zaaknummer
24/3537
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2024:3693
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek voorlopige voorziening ingetrokken. Verzoek om proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 24/3537


uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 september 2024 in de zaak tussen


[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel, het college

(gemachtigde: mr. R. Horstmanshoff).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker

om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek om een voorlopige voorziening aangaande het besluit van het college van 30 augustus 2024. Hij heeft het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken omdat het college hem is tegemoet gekomen door hem een opvangplek toe te wijzen.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op

het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat het geen reden ziet om tot proceskostenvergoeding over te gaan nu er tot overeenstemming is gekomen met verzoeker.

1.2.

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om

proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit

oordeel is gekomen.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het

bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

4. De voorzieningenrechter moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk

aan verzoeker is tegemoetgekomen.

4.1.

Op 29 augustus 2024 heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen het besluit van 24

augustus 2024 dat later is vervangen door het besluit van 30 augustus 2024. Hierbij heeft verzoeker ook een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter. Op 2 september 2024 is het verzoek om voorlopige voorziening ter zitting behandeld. Tijdens deze zitting is tussen partijen afgesproken dat het college naar een nieuwe opvangplek zal zoeken. Hierbij is afgesproken dat verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening zal intrekken indien het college daarin slaagt. Bij brief van 5 september 2024 heeft het college de voorzieningenrechter geïnformeerd dat er een nieuwe opvangplek voor verzoeker is gevonden. Vanaf 6 september 2024 12:00 uur is verzoeker hier, samen met zijn partner, welkom.

5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter komen de proceskosten niet voor

vergoeding in aanmerking. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat het college voor verzoeker en zijn partner weliswaar een nieuwe opvanglocatie hebben gevonden maar dat dit de uitkomst is van het behandelde ter zitting op 2 september 2024 en de naar aanleiding van deze behandeling tussen partijen gemaakte afspraken. Niet is komen vast te staan dat het besluit van 24 augustus 2024 onrechtmatig is.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Ouahim, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

13 september 2024.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.