Bestuursrecht overig
Verzoek om voorlopige voorziening. geen besluit en bezwaarschrift overgelegd. Verzoek niet-ontvankelijk.
Rechtbank Noord-Nederland, 11 november 2025
ECLI:NL:RBNNE:2025:4721 · Rechtbank Noord-Nederland · 11 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbnne-2025-4721
Zaakgegevens
Op 11 november 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 11 november 2025
- Datum publicatie
- 18 november 2025
- Zaaknummer
- LEE 25/3525
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2025:4721
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om voorlopige voorziening. geen besluit en bezwaarschrift overgelegd.
Verzoek niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/3525
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 november 2025 in de zaak tussen
[naam 1 uit woonplaats] , verzoeker
en
het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Groningen.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overleggen en een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift tegen dat besluit. Als dat niet gebeurt, kan de voorzieningenrechter – na een herstelmogelijkheid – het verzoek op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
Bij het verzoekschrift zijn het besluit waarop het verzoek betrekking heeft en het bezwaarschrift tegen dat besluit niet overgelegd. De rechtbank heeft verzoeker bij brief van 8 oktober 2025 verzocht om binnen een week dit verzuim te herstellen.
Verzoeker heeft binnen die termijn geen afschriften van het besluit en van het bezwaarschrift overgelegd.
Verzoeker heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.
Conclusie en gevolgen
3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van H. Siebers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 november 2025.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: