Bestuursrecht overig
Vovo ordemaatregel woningsluiting artikel 13b Opiumwet
Rechtbank Noord-Nederland, 28 augustus 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3809 · Rechtbank Noord-Nederland · 28 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbnne-2026-3809
Zaakgegevens
Op 28 augustus 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 augustus 2026
- Datum publicatie
- 4 september 2026
- Zaaknummer
- LEE 26/2789
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3809
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo ordemaatregel woningsluiting artikel 13b Opiumwet
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/2789
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 augustus 2026 in de zaak tussen
[naam], uit [plaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. O. Smits),
en
de burgemeester van Coevorden, de burgemeester
(gemachtigde: mr. E.S.A. Smit).
Procesverloop
1. Bij besluit van 25 augustus 2026 heeft de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten om de woning met de garage van verzoeker aan de [adres] in [plaats] voor de duur van zes maanden te sluiten.
Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
3. Verzoeker heeft betoogd dat hij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat de burgemeester heeft aangekondigd dat zijn woning met de garage op 31 augustus 2026 wordt gesloten. De vraag of de voorlopige voorziening moet worden getroffen, kan op dit moment zonder zitting niet direct inhoudelijk worden beoordeeld. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om een ordemaatregel te treffen. Daarvoor weegt de voorzieningenrechter de betrokken belangen van verzoeker en de burgemeester af. Die ordemaatregel betekent dat de burgemeester de woning met de garage van verzoeker niet op de aangekondigde datum mag sluiten. Aan het belang van de burgemeester wordt tegemoetgekomen door op 2 september 2026 een zitting te houden waar zal worden onderzocht of aanleiding bestaat om de getroffen voorziening op te heffen of te wijzigen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
draagt de burgemeester van Coevorden bij wijze van voorlopige voorziening op om niet over te gaan tot sluiting van de woning met de garage aan de [adres] te [plaats] totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening.
Aldus vastgesteld door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2026.
|
griffier |
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: