Insolventierecht
Toewijzing toelating tot de WSNP. Geen eerdere ingangsdatum.
Rechtbank Noord-Nederland, 23 april 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2504 · Rechtbank Noord-Nederland · 23 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnne-2026-2504
Zaakgegevens
Op 23 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Datum uitspraak
- 23 april 2026
- Datum publicatie
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- C/18/26/1104 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:2504
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toewijzing toelating tot de WSNP. Geen eerdere ingangsdatum.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Assen
zaaknummer: C/18/26/1104 R
vonnis van 23 april 2026
in de zaak van:
[verzoekster]
, geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster].
1 Het procesverloop
[verzoekster] heeft op 27 februari 2026 een verzoekschrift ingediend om te mogen worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: Wsnp).
[verzoekster] is verschenen op de zitting van 9 april 2026, samen met mevrouw [naam] van de gemeente Emmen.
2 De beoordeling van het verzoek
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
De rechtbank stelt vast dat bij vonnis van 25 januari 2026 het verzoek van [verzoekster] tot toelating tot de Wsnp is afgewezen, omdat toen niet kon worden uitgesloten dat [verzoekster] nog een regeling zou kunnen treffen met haar enige schuldeiser, ING. [verzoekster] werkte op dat moment niet fulltime en haar maandlasten waren relatief laag. De toen gestelde medische klachten waren onvoldoende onderbouwd. Inmiddels is duidelijk geworden dat [verzoekster] een ijzerstapelingsziekte heeft. De rechtbank ziet daarin aanleiding om het verzoek nu toe te wijzen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om - gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) - het aanvangsmoment van de termijn van de Wsnp als bedoeld in artikel 349a Fw te vervroegen, omdat er geen minnelijk traject heeft plaatsgevonden.
BESLISSING
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de Wsnp uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats],
wonende te [adres]
- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf 23 april 2026, waardoor deze termijn eindigt op 23 oktober 2027;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.H. Beuker,
en tot bewindvoerder [bewindvoerder],
gevestigd te [adres];
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan [verzoekster] gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026.