Insolventierecht

Toewijzing toelating tot de Wsnp. Geen eerdere ingangsdatum omdat VTLB niet juist is berekend. Gewezen op…

Rechtbank Noord-Nederland, 16 april 2026

Zaakgegevens

Op 16 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
16 april 2026
Datum publicatie
30 juni 2026
Zaaknummer
C/18/26/1095-1096 R
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:2508
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toewijzing toelating tot de Wsnp. Geen eerdere ingangsdatum omdat VTLB niet juist is berekend. Gewezen op verzoek verkorting looptijd door de bewindvoerder.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Team Insolventie

Zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer: C/18/26/1095-1096 R

Vonnis van 16 april 2026

op het verzoek van

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],

en

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats],

beide wonende te [adres],

hierna te noemen [verzoeker] en [verzoekster],

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

PROCESGANG

[verzoeker] en [verzoekster] heeft op 29 december 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 1 april 2026. Daarbij zijn [verzoeker] en [verzoekster] verschenen tezamen met mevrouw [naam] namens Zuidweg en Partners.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van [verzoeker] en [verzoekster] in Nederland ligt.

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Gebleken is dat [verzoeker] en [verzoekster] in de toestand verkeren dat zij hebben opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zullen kunnen voortgaan met betaling van hun schulden.

De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.

[verzoeker] en [verzoekster] hebben verzocht om de Wsnp eerder in te laten gaan, omdat zij (al dan niet door middel van beslag) hebben afgedragen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een ingangsdatum te bepalen, omdat op dit moment niet kan worden vastgesteld dat het vrij te laten bedrag juist is berekend, nu de kale huur en het individueel keuzebudget niet is meegenomen. De rechtbank wijst [verzoeker] en [verzoekster] er op dat de benoemde bewindvoerder alsnog een verzoek aan de rechter-commissaris kan doen tot verkorting van de looptijd.


BESLISSING

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],

en

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats],

beide wonende te [adres],

- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf de datum van dit vonnis;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. D.J. Klijn,

en tot bewindvoerder [bewindvoerder],

gevestigd te [adres];

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaren gerichte brievenen telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga en in het openbaar uitgesproken op

16 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.