Insolventierecht
Toewijzing dwangakkoord, maximaal haalbare voorstel aangeboden op grond van prognoseakkoord.
Rechtbank Noord-Nederland, 29 april 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3573 · Rechtbank Noord-Nederland · 29 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnne-2026-3573
Zaakgegevens
Op 29 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 29 april 2026
- Datum publicatie
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL:TZ:2604208:R-RK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3573
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toewijzing dwangakkoord, maximaal haalbare voorstel aangeboden op grond van prognoseakkoord.
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
Team Insolventie
Zittingsplaats Leeuwarden
Rekestnummer: NL:TZ:2604208:R-RK
Vonnis van 29 april 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tegen
1 Belastingdienst LIC,
gevestigd en kantoorhoudende te Heerlen,
Postbus 100, 6400 AC Heerlen
hierna te noemen Belastingdienst LIC,
2. Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Santander Consumer Finance Benelux B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,
gemachtigde Agin Pranger
Postbus 139, 9400 AC Assen
hierna te noemen Santander Consumer Finance Benelux B.V.,
3 Naamloze vennootschap VGZ Zorgverzekeraar N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Eindhoven,
Postbus 445, 5600 AK Eindhoven,
hierna te noemen VGZ Zorgverzekeraar N.V.,
hierna te noemen de weigerachtige schuldeisers,
tot het bevelen van voornoemde schuldeiser(s) in te stemmen met een schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet.
1 De procedure
[verzoeker] heeft op 19 februari 2026 twee verzoeken bij de rechtbank ingediend. In de eerste plaats wil [verzoeker] dat de rechtbank de weigerachtige schuldeisers een dwangakkoord oplegt. De weigerachtige schuldeisers moeten dan meewerken aan de schuldregeling van [verzoeker]. Als de rechtbank dit verzoek afwijst, wil [verzoeker] worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
Het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord is behandeld op de zitting van
22 april 2026. Hierbij zijn verschenen [verzoeker] samen met mevrouw [schuldhulpverlener van schuldhulpbedrijf] (hierna te noemen: de schuldhulpverlener).
De rechtbank heeft bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.
2 De feiten
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. De totale schuldenlast van [verzoeker] is € 13.415,15. [verzoeker] heeft 17 schuldeisers. [verzoeker] heeft met behulp van zijn schuldhulpverlener een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers waarbij een deel van de schulden wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. Verzoeker heeft hiervoor een bedrag van € 6.6900,00 gespaard dat aan zijn schuldeisers is aangeboden. De gewone schuldeisers krijgen een uitkering van 19,6% en de schuldeisers met voorrang krijgen een uitkering van 39,2%. Het voorstel is gebaseerd op een prognoseakkoord.
De Belastingdienst heeft niet op het voorstel van verzoeker gereageerd en Santander en VGZ hebben voorwaarden aan hun instemming gesteld, waardoor zij als weigeraars worden aangemerkt. In totaal vorderen de weigerachtige schuldeisers € 7.980,57 van [verzoeker]. Dat is 59% van de totale schuldenlast.
[verzoeker] is op dit moment weer volledig aan het werk, na een ziekteperiode.
Op basis van de huidige inkomenssituatie heeft [verzoeker] een hogere spaarcapaciteit dan in het spaarakkoord is aangeboden waardoor na ingangsdatum van het dwangakkoord schuldeisers maximaal profiteren van het feit dat [verzoeker] weer volledig aan het werk is. Uit de bij het verzoekschrift gevoegde vergelijkingstool volgt dat de schuldeisers een lagere uitkering zullen ontvangen wanneer [verzoeker] zal worden toegelaten tot de Wsnp, omdat de kosten die aan die regeling verbonden zijn hoger zijn dan de kosten van de minnelijke regeling.
3 Het verweer
Alle weigerachtige schuldeisers hebben niet van de gelegenheid gebruik gemaakt om mondeling of schriftelijk verweer te voeren.
4 De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord.
De rechtbank wijst het verzoek om een dwangakkoord op te leggen toe. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot deze beslissing komt.
Beoordelingskader
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. De rechtbank moet ten eerste vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank vaststellen dat de weigering om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling onredelijk is. Hierbij moet de rechtbank de belangen van de weigerende schuldeiser(s), de overige schuldeisers en schuldenaar tegen elkaar afwegen.
De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt dat een schuldeiser mag weigeren om mee te werken aan een door de schuldenaar aangeboden schuldregeling waarbij de schuldenaar maar een deel van de vordering hoeft te betalen. Alleen in bijzondere gevallen kan een schuldeiser gedwongen worden om akkoord te gaan met zo'n betalingsvoorstel. Het is dan aan de schuldenaar om deze bijzondere feiten en omstandigheden te stellen en, waar nodig, te bewijzen. Het moet duidelijk zijn dat de weigering van de schuldeiser om in te stemmen met het akkoord niet redelijk is.
Bevoegde instantie
De rechtbank stelt vast dat het voorstel is ingediend en getoetst door [schuldhulpbedrijf]. [schuldhulpbedrijf] heeft vooral gekeken naar de positie van de schuldeisers wanneer er geen dwangakkoord tot stand zou komen maar een Wsnp zou worden uitgesproken. [schuldhulpbedrijf] is volgens de rechtbank een onafhankelijke en deskundige partij. Naar het oordeel van de rechtbank is het voorstel goed en betrouwbaar uitgelegd met documenten en voldoende onderbouwd.
Maximaal haalbare?
Het voorstel van [verzoeker] is het maximaal haalbare. [verzoeker] is herstellende van zijn ziekte en inmiddels weer volledig aan het werk. De rechtbank verwacht daarom niet dat er binnen nu en 18 maanden grote wijzigingen in het inkomen zullen plaatsvinden. Mocht dat wel het geval zijn, dan wordt met die wijzigingen rekening gehouden in het voordeel van de schuldeisers, omdat [verzoeker] een prognoseakkoord aan zijn schuldeisers heeft aangeboden.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
De schuldeisers die wel met het voorstel van [verzoeker] hebben ingestemd, vertegenwoordigen samen ruim 41% van de totale schuldenlast. Omdat [verzoeker] een maximaal haalbaar voorstel heeft gedaan, moeten de belangen van deze schuldeisers zwaarder wegen dat de belangen van verweerders omdat zij een groot percentage in de totale schuldenlast vertegenwoordigen.
Deze regeling is gunstiger dan de Wsnp
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat als [verzoeker] zou worden toegelaten tot de Wsnp, zijn schuldeisers aan het einde van de Wsnp geen hogere uitkering kunnen verwachten dan in de aangeboden schuldregeling. De Wsnp leidt tot hogere kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. De vergoedingskosten die [schuldhulpbedrijf] in rekening brengt zijn lager dan de kosten van een bewindvoerder in de Wsnp. Hierdoor blijft in de schuldregeling een hoger bedrag over voor de schuldeisers dan in de Wsnp.
Omdat het aanbod van [verzoeker] goed en betrouwbaar is gedocumenteerd, voldoende is onderbouwd, de Wsnp aan de weigerachtige schuldeisers geen beter vooruitzicht biedt dan de aangeboden schuldregeling en de overige schuldeisers met het voorstel hebben ingestemd, is de rechtbank van oordeel dat de weigering van de weigerachtige schuldeisers om akkoord te gaan niet redelijk is. Op basis van de belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal toewijzen.
Omdat het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal worden toegewezen, hoeft het verzoek tot toelating tot de Wsnp niet meer besproken te worden. De rechtbank beschouwt het verzoek tot toelating tot de Wsnp als ingetrokken.
5 De beslissing
beveelt
-
Belastingdienst LIC,
-
Santander Consumer Finance Benelux B.V.,
-
VGZ Zorgverzekeraar N.V,
in te stemmen met de hierboven genoemde schuldregeling.
Dit is een beslissing van mr. H.J. Idzenga, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.