Insolventierecht
Einde WSNP zonder schone lei. Niet voldaan aan de informatieplicht en nieuwe schulden (art. 354 lid 1 Fw.)
Rechtbank Noord-Nederland, 7 augustus 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3578 · Rechtbank Noord-Nederland · 7 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnne-2026-3578
Zaakgegevens
Op 7 augustus 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Datum uitspraak
- 7 augustus 2026
- Datum publicatie
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/18/24/247 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3578
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Einde WSNP zonder schone lei. Niet voldaan aan de informatieplicht en nieuwe schulden (art. 354 lid 1 Fw.)
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Assen
zaaknummer: C/18/24/247 RC/18/24/189 R
vonnis van 7 augustus 2026
in de zaak van:
[schuldenaar] , geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],
wonende op een geheim adres,
hierna te noemen de schuldenaar,
bewindvoerder: [bewindvoerder].
PROCESGANG
Bij vonnis van deze rechtbank van 24 juli 2024 is ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Bij beschikking van de rechter-commissaris van 30 juni 2025 is de looptijd van de schuldsaneringsregeling verlengd en vastgesteld op 24 maanden.
Door de bewindvoerder is op 20 februari 2026 schriftelijk verslag uitgebracht omtrent het verloop van de schuldsaneringsregeling.
De schuldenaar is op 9 april 206, in bijzijn van de bewindvoerder, gehoord door de rechter-commissaris.
Op 30 april 2026 heeft de bewindvoerder vervolgens schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Op 24 juni 2026 heeft een verificatievergadering plaatsgevonden.
De rechter-commissaris heeft de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling te beëindigen zonder aan de schuldenaar een “schone lei” te verlenen.
De zaak is behandeld ter zitting van 24 juli 2026, alwaar de bewindvoerder mevrouw [bewindvoerder] is verschenen. Hoewel deugdelijk opgeroepen is de schuldenaar niet verschenen. Hij heeft daags voor de zitting schriftelijk aangegeven niet ter zitting aanwezig te kunnen zijn omdat hij weer aan het werk is.
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. In geval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling moet leiden onder onthouding van “de schone lei”.
Uit de verslagen van de bewindvoerder en het verhandelde ter zittingen is onder meer het volgende gebleken.
De schuldenaar heeft vanaf maart 2026 geen bewijsstukken meer toegezonden van de door hem verrichte sollicitaties. Tevens zijn vanaf april 2026 geen afschriften van de leefgeldrekening meer toegezonden door de schuldenaar, en heeft de schuldenaar ondanks verzoeken van de bewindvoerder daartoe geen bewijsstuk van de gewijzigde toeslagen aan de bewindvoerder doen toekomen. Hierdoor is het voor de bewindvoerder niet mogelijk gebleken om (her)berekeningen van het vrij te laten bedrag op te stellen. Voorts heeft de tijdens het verhoor door de schuldenaar toegezegde afdracht door een "derde" tot op heden niet plaatsgevonden. Daarnaast is gebleken dat er in 2025 nog een nieuwe schuld is ontstaan waarvan de schuldenaar de bewindvoerder en ook zijn budgetbeheerder niet op de hoogte heeft gesteld. De schuldenaar heeft gordijnen besteld bij een bedrijf maar deze nimmer betaald. Over deze vordering is zelfs geprocedeerd en er is een veroordelend vonnis gewezen. De deurwaarder heeft recent laten weten dat de volledige vordering van € 925,95 nog open staat, en dat binnenkort tot verdere incassomaatregelen (loonbeslag) zal worden overgegaan. Tenslotte heeft de schuldenaar de bewindvoerder schriftelijk laten weten geen verder contact meer met haar te willen.
Hoewel deugdelijk opgeroepen, heeft de schuldenaar niet van de gelegenheid gebruik gemaakt om het één en ander te weerleggen dan wel toe te lichten. De rechtbank zal dan ook uitgaan van de juistheid van hetgeen in de verslagen en ter zitting door de bewindvoerder is gesteld.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en dat hem dit kan worden toegerekend. Schuldenaar heeft gedurende de schuldsaneringsregeling niet voldaan aan de informatie- en sollicitatieplicht, en heeft voorts nieuwe schulden laten ontstaan. De rechtbank rekent het de schuldenaar daarnaast aan dat er na het gehouden verhoor bij de rechter-commissaris geen verbetering in de nakoming van de verplichtingen is opgetreden, en dat hij zich voor de laatstgehouden zitting op het laatste moment heeft afgemeld. Voorts heeft de schuldenaar aangegeven geen contact meer met de bewindvoerder te willen hebben, terwijl de rechter-commissaris tijdens het verhoor al heeft aangegeven geen aanleiding te zien om in de plaats van mevrouw [bewindvoerder] een andere bewindvoerder te benoemen. Dit alles spreekt niet van een saneringsgezinde houding van de schuldenaar, en de schuldenaar frustreert hiermee zijn schuldsaneringsregeling.
Er is geen sprake van een tekortkoming van zodanig bijzondere aard of geringe betekenis dat deze buiten beschouwing moet worden gelaten. De rechtbank ziet daarom aanleiding om aan de schuldenaar “de schone lei” te onthouden.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen. De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 4.409,48 (inclusief onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen. Voor zover de kosten van het griffierecht ad € 820,00 voor het deponeren van de slotuitdelingslijst niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
Ingevolge artikel 356 lid 2 van de Faillissementswet (Fw) zal de toepassing van de schuldsaneringsregeling geëindigd zijn, zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.
De vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling heeft gewerkt blijven, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, afdwingbaar.
BESLISSING
De rechtbank:
- verstaat dat de schuldsaneringsregeling van rechtswege zal zijn geëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden;
- stelt vast dat de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezige actief tot een bedrag van maximaal € 4.409,48.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.D. Bal en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026 door mr. M.C. Groenewegen, in tegenwoordigheid van de griffier.