Strafrecht overig
Ontneming. Nu de rechtbank bij vonnis van 20 oktober 2017 de vordering benadeelde partij heeft toegewezen…
Rechtbank Noord-Nederland, 20 oktober 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:3987 · Rechtbank Noord-Nederland · 20 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbnne-2017-3987
Zaakgegevens
Op 20 oktober 2017 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 20 oktober 2017
- Datum publicatie
- 20 oktober 2017
- Zaaknummer
- 18/830295-15 ontneming
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2017:3987
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontneming. Nu de rechtbank bij vonnis van 20 oktober 2017 de vordering benadeelde partij heeft toegewezen, wijst de rechtbank de vordering van de officier van justitie af.
Procesgang
Rechtbank Noord-Nederland · 20 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:RBNNE:2017:3987
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 februari 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:1572
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/830295-15
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 20 oktober 2017 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
in de zaak tegen
[veroordeelde] ,
veroordeelde,
geboren op [geboortedatum] 1953 te [geboorteplaats] ,
wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .
Procesverloop
De officier van justitie heeft d.d. 25 april 2017 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 299.796,- ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/830295-15 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 6 oktober 2017. De verdachte, diens raadsvrouw, mr. A.R.H. Baas, en de officier van justitie zijn op de vordering gehoord.
Beoordeling
Ter terechtzitting van 6 oktober 2017 heeft de officier van justitie veroordeling gevorderd ter zake van het primair ten laste gelegde.
De officier van justitie heeft tevens aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 299.796,- dient te worden toegewezen.
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gehandhaafd. Indien door de rechtbank echter de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen, heeft de officier van justitie verzocht om de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil te stellen.
De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat rekening dient te worden gehouden met de draagkracht van verdachte.
Nu de rechtbank bij vonnis van 20 oktober 2017 de vordering benadeelde partij van [bedrijf] tot een bedrag van € 299.796,- heeft toegewezen, zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen.
Beslissing
Wijst de vordering van de officier van justitie af.
Deze uitspraak is gegeven door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. J.V. Nolta en mr. M.B.W. Venema, rechters, bijgestaan door B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 oktober 2017.
Mr. Venema is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.