Socialezekerheidsrecht

WIA, zorgvuldig onderzoek, voldoende rekening gehouden met de beperkingen, toelichting arbeidsdeskundige goed…

Rechtbank Oost-Brabant, 20 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 20 oktober 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20 oktober 2026
Datum publicatie
19 oktober 2026
Zaaknummer
26/1427
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:7423
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WIA, zorgvuldig onderzoek, voldoende rekening gehouden met de beperkingen, toelichting arbeidsdeskundige goed te volgen, ongegrond beroep.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 26/1427


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. T. Brouns),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. M.W.G. Bombeeck).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [belanghebbende] uit [vestigingsplaats]

(gemachtigde: mr. F. Bovenberg).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de weigering van het UWV om eiseres met ingang van 10 februari 2025 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen. Eiseres is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het recht van eiseres op een WIA-uitkering.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres op 10 februari 2025 geen recht heeft op een WIA-uitkering. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft gewerkt als schadebeoordelaar zorg gedurende ongeveer 26 (25,98) uur per week. Op 13 februari 2023 is zij ziek gemeld voor dit werk en op 20 november 2024 heeft zij een WIA-uitkering aangevraagd. Met het besluit van 26 mei 2025 heeft het UWV vastgesteld dat eiseres per 10 februari 2025 geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het door eiseres tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft het UWV ongegrond verklaard met het besluit van 10 april 2026 (bestreden besluit). Het UWV is bij zijn afwijzing gebleven.

2.1.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

2.2.

Het UWV heeft een verweerschrift ingestuurd.

2.3.

De rechtbank heeft het beroep op 15 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het UWV. De derde-partij is niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

3. Het UWV heeft de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres in het primaire besluit van 26 mei 2025 met ingang van 10 februari 2025 beoordeeld en vastgesteld op 21,52%. In het bestreden besluit van 10 april 2026 komt het UWV op een mate van arbeidsongeschiktheid van 28,74%. Omdat dit minder is dan 35% heeft eiseres geen recht op een WIA-uitkering. Het UWV baseert zich op de rapporten van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B) van 22 april 2025 en 19 december 2025 en de rapporten van de arbeidsdeskundige en arbeidsdeskundige B&B van 26 mei 2025 en 2 april 2026.

De zorgvuldigheid van de besluitvorming

4. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat het onderzoek niet zorgvuldig is verricht omdat de verzekeringsarts B&B eiseres niet heeft onderzocht. Volgens eiseres bestond daartoe aanleiding, omdat zij in het bezwaarschrift heeft aangevoerd dat sprake is van lage rugklachten als gevolg van een gebroken staartbeen. Deze klachten heeft zij niet besproken met de primaire verzekeringsarts. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Daarbij is het volgende van belang. Uit de rapportage van 22 april 2025 blijkt dat de primaire verzekeringsarts het dossier heeft bestudeerd. Op 10 april 2025 heeft een spreekuur plaatsgevonden. Daar is gesproken over onder andere de klachten en het dagverhaal. De primaire verzekeringsarts heeft bij eiseres een observerend psychisch onderzoek verricht. Uit de rapportage van de verzekeringsarts blijkt dat ook is gesproken over de rugklachten van eiseres. Daarbij heeft eiseres aangegeven in rust weinig klachten te ervaren maar dat bij belasting de klachten toenemen. Ze doet dagelijks rugoefeningen. Eiseres is bekend met rugklachten waarvoor zij zich in het verleden ziek heeft gemeld en die bij een eerdere beoordeling in 2019 ook aan de orde zijn gekomen. Dit heeft er toen niet toe geleid dat er recht op een WIA-uitkering is. Over de rugklachten in 2019 heeft de verzekeringsarts geconstateerd dat eiseres chronische aspecifieke lage rugklachten heeft zonder ernstige of geobjectiveerde pathologie. Een duidelijk onderliggend medisch substraat ontbreekt. Ook bij lichamelijk onderzoek worden geen duidelijke afwijkingen gevonden, behoudens toename van pijnklachten in overwegend de eindstanden. In het bezwaarschrift staat dat eiseres lage rugklachten heeft, haar rug zwak is en als gevolg daarvan beperkt is voor buigen, trekken, tillen, dragen en langdurig lopen. Hieruit volgt niet dat sprake is van meer klachten dan eiseres met de primaire verzekeringsarts heeft besproken. De rechtbank oordeelt dan ook dat de verzekeringsarts B&B geen nader onderzoek hoefde uit te voeren naar de rugklachten van eiseres. Het onderzoek was in zoverre dus volledig.

4.1.

Eiseres heeft ook aangevoerd dat de verzekeringsarts B&B ten onrechte niet alle medische informatie heeft meegenomen in de beoordeling. Zo staat in het rapport van de verzekeringsarts B&B niet dat de brief van neuroloog [naam 1] van 18 juli 2026 is betrokken in de beoordeling. De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts B&B in het kader van de heroverweging het dossier heeft bestudeerd en kennis heeft genomen van het bezwaarschrift en de aanvullende medische informatie. Zo heeft hij ook kennisgenomen van de bevindingen van neuroloog [naam 1]. In de rapportage van 19 december 2025 wordt [naam 1] genoemd en valt af te leiden dat de verzekeringsarts B&B de informatie van [naam 1] kenbaar bij zijn beoordeling heeft betrokken. Dat dit betrekking heeft op de brief van [naam 1] van 2 mei 2025 en niet op de brief van 18 juli 2025 maakt het in dit geval niet anders. Eiseres heeft onvoldoende toegelicht welke medische informatie door de verzekeringsarts B&B is gemist. Het UWV heeft gesteld dat de inhoud van de brief van 2 mei 2025 nauwelijks afwijkt van de inhoud van de brief van 18 juli 2025. De rechtbank volgt dat standpunt. De diagnose, persisterende idiopatische faciale pijn, wordt in zowel de brief van 2 mei 2025 als in de brief van 18 juli 2025 genoemd. Daar volgt de rechtbank nog het volgende aan toe. De brief van 2 mei 2025 betreft een uitgebreid verslag van de (medische) bevindingen van de neuroloog, gericht aan de huisarts van eiseres. Daarin staan onder andere de diagnose, het beloop, de uitkomsten van onderzoeken en aanvullende onderzoeken en adviezen. De brief van 18 juli 2025 is gericht aan de rechtsbijstandsverlener van eiseres. In de brief staat dat deze is opgesteld naar aanleiding van het verzoek van de rechtsbijstandsverlener om informatie over eiseres. Uit de brief blijkt niet dat eiseres nader onderzocht is na 2 mei 2025 of de neuroloog tot andere bevindingen is gekomen. Integendeel: de diagnose is gelijkluidend aan de diagnose in de brief van 2 mei 2025. De brief van 18 juli 2025 lijkt enkel een omschrijving aan een rechtsbijstandsverlener van de huidige stand van zaken. Onder deze omstandigheden kan niet gezegd worden dat de verzekeringsarts B&B medische informatie heeft gemist. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de brief van 18 juli 2025 voor te leggen aan de verzekeringsarts B&B. De verzekeringsarts B&B heeft in zijn rapportage uitgelegd dat hij geen aanleiding heeft gezien om af te wijken van het oordeel van de primaire verzekeringsarts. De rechtbank heeft geen aanleiding om aan te nemen dat er medische informatie ontbreekt. De conclusies van de verzekeringsarts B&B vloeien logisch voort uit de bevindingen.

4.2.

Gelet op de onderzoeksactiviteiten die door de verzekeringsartsen zijn verricht is de rechtbank van oordeel dat de medische rapporten zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De verzekeringsartsen hebben duidelijk, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden uitgelegd hoe zij tot hun beoordeling zijn gekomen. Ook vloeien hun conclusies logisch voort uit de onderzoeksbevindingen.

Is het bestreden besluit inhoudelijk juist

5. Het UWV is bekend met de klachten van eiseres. Als gevolg van deze klachten is bij eiseres sprake van een algeheel verminderde fysieke/energetische belastbaarheid. Eiseres dient zware fysieke (over)belasting te voorkomen. Ook is sprake van algeheel verminderde mentale/cognitieve belastbaarheid. In verband met deze klachten zijn beperkingen aangenomen. De verzekeringsarts B&B heeft voldoende rekening gehouden met de rugklachten van eiseres. De in het verleden bij een eerdere beoordeling in 2019 voor deze a-specifieke rugklachten aangenomen beperkingen heeft de verzekeringsarts B&B overgenomen en aangevuld. Eiseres heeft vervolgens niet met medische stukken onderbouwd dat onvoldoende rekening is gehouden met haar klachten en beperkingen. De beperkingen zijn beschreven in de functionele mogelijkhedenlijst (fml) van 22 april 2025.

5.1.

Uit de toelichting van de verzekeringsarts B&B blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat voldoende rekening is gehouden met de klachten en beperkingen van eiseres. Uit wat eiseres heeft aangevoerd en de medische stukken die zij heeft ingestuurd blijkt niet dat op 10 februari 2025, de datum hier in geding, verdergaande beperkingen in de belastbaarheid van eiseres nodig zijn.

De geselecteerde functies

5.2.

Aan eiseres zijn de functies assemblage medewerker elektrotechnische producten (sbc code 267041), productiemedewerker industrie (sbc code 111180) en archiefmedewerker (sbc code 315132) voorgehouden.

5.3.

Eiseres heeft aangevoerd dat de functies medewerker elektrotechnische producten en productiemedewerker industrie niet geschikt zijn omdat in deze functies gewerkt wordt met gevaarlijke machines. De arbeidsdeskundige heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende toegelicht dat de beperking niet wordt overschreden. In het rapport van 2 april 2026 staat dat ten aanzien van persoonlijk risico door de verzekeringsarts B&B is toegelicht dat dit betrekking heeft op werkzaamheden op grote hoogten, werkzaamheden met/bij potentieel gevaarlijke machines en/of gereedschap en werkzaamheden waarbij onverwacht/acuut dient te worden gehandeld. Daarvan is geen sprake. Bovendien zijn er hulpmiddelen aanwezig, zoals een ESD vloer en handschoenen. De rechtbank kan deze toelichting volgen.

5.4.

Eiseres heeft ook aangevoerd dat in de drie functies bovendien gewerkt moet worden met een bovengemiddelde concentratie. Zij is beperkt op dit onderdeel. De arbeidsdeskundige heeft voldoende toegelicht dat de functies routinematig werk betreffen waarbij geen bovengemiddelde concentratie is vereist. De rechtbank kan deze toelichting volgen.

5.5.

Wat betreft het gebruik van een noicecancelling koptelefoon om auditieve prikkels weg te nemen in de functies assemblage medewerker elektrotechnische producten en productiemedewerker industrie kan een koptelefoon met noice canceling worden gedragen stelt eiseres dat deze maatregel niet afdoende is. Zij wijst op een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank oordeelt dat die situatie niet vergelijkbaar is. Uit de beperkingen blijkt dat in het geval van eiseres, in tegenstelling tot de situatie in genoemde uitspraak, wel enige mate van prikkels mogelijk zijn, maar geen sprake mag zijn van drukte of hectiek. De arbeidsdeskundige heeft voldoende toegelicht dat dit met een koptelefoon haalbaar is.

5.6.

Uitgaande van de juistheid van de bij de (ex)werknemer vastgestelde beperkingen ziet de rechtbank dus geen reden om te twijfelen aan de passendheid van de door de arbeidsdeskundige B&B aan de schatting ten grondslag gelegde functies. Daar waar een mogelijke overschrijding van de belastbaarheid is gesignaleerd, heeft de arbeidsdeskundige voldoende gemotiveerd dat de functie geschikt is. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding de conclusies van de arbeidsdeskundige B&B voor onjuist te houden.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Het UWV heeft terecht geweigerd eiseres een WIA-uitkering toe te kennen per 10 februari 2025. Omdat het beroep ongegrond is krijgt eiseres het griffierecht niet terug. Ook krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.C. Veelenturf, rechter, in aanwezigheid van E.H.J.M.T. van der Steen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Rechtbank Amsterdam, 28 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9395.