Civiel recht overig
Rechtbank Oost-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Oost-Brabant, 4 februari 2016
ECLI:NL:RBOBR:2016:7524 · Rechtbank Oost-Brabant · 4 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbobr-2016-7524
Zaakgegevens
Op 4 februari 2016 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Eindhoven
- Datum uitspraak
- 4 februari 2016
- Datum publicatie
- 22 januari 2020
- Zaaknummer
- 3367222 / 14-10121
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2016:7524
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
herstelvonnis
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer : 3367222
Rolnummer : 14-10121
Uitspraak : 4 februari 2016
in de zaak van:
[werkneemster] ,
wonende te [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: mr. ing. H.J.M. Smelt,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Fair Play Centers B.V.,
gevestigd te Kerkrade,
gedaagde,
gemachtigde: mr. E.V.C. Savelkoul.
Partijen zullen hierna worden genoemd “[werkneemster]” en “Fair Play”.
1 Het verloop van het geding
Onder voormeld zaak- en rolnummer is in de procedure tussen partijen op 10 december 2015 een eindvonnis gewezen.
Bij brief van 11 december 2015 heeft de gemachtigde van [werkneemster] verzocht om een herstelvonnis.
De gemachtigde van Fair Play heeft in reactie op het verzoek van [werkneemster] bij faxbericht van 19 januari 2016 te kennen gegeven zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter.
2 De beoordeling
In voormelde brief van 11 december 2015 heeft [werkneemster] de kantonrechter verzocht de in het vonnis vervatte proceskostenveroordeling te herstellen ter zake de naar het oordeel van [werkneemster] ten onrechte toegewezen explootkosten en griffierecht.
Bij voormeld vonnis is [werkneemster] veroordeeld in de kosten van de procedure die aan de zijde van Fair Play zijn vastgesteld op € 93,80 aan explootkosten, € 77,00 aan griffierecht en € 180,-- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast).
De aan explootkosten en griffierecht toegewezen bedragen hadden echter niet toegewezen dienen te worden nu deze kosten niet door Fair Play gemaakt zijn.
De kantonrechter is van oordeel dat in casu sprake is van een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare verschrijving. De kantonrechter zal het vonnis van 10 december 2015 daarom verbeteren in die zin dat de proceskostenveroordeling wordt gewijzigd als hierna te vermelden. Voor het overige wordt voormeld vonnis gehandhaafd.
3 De beslissing
De kantonrechter:
herstelt voormeld vonnis van 10 december 2015 in die zin dat de in het dictum opgenomen proceskostenveroordeling:
“veroordeelt [werkneemster] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Fair Play tot heden vastgesteld op € 93,80 aan explootkosten, € 77,00 aan griffierecht en € 180,-- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast)”
wordt gewijzigd in:
“veroordeelt [werkneemster] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Fair Play tot heden vastgesteld op € 180,-- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast)”;
handhaaft het vonnis van 10 december 2015 voor het overige;
bepaalt dat dit herstel onder vermelding van de datum van de uitspraak van dit vonnis wordt vermeld op de minuut van voormeld vonnis van 10 december 2015;
verklaart de gewijzigde proceskostenveroordeling, voor zover de wet het toestaat, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Knaapen, kantonrechter te Eindhoven, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2016.