Personen- en familierecht

Rechtbank Oost-Brabant · Beschikking · Personen- en familierecht

Rechtbank Oost-Brabant, 25 maart 2025

Zaakgegevens

Op 25 maart 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25 maart 2025
Datum publicatie
1 april 2025
Zaaknummer
11127973
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:1914
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek opheffing bewind

Uitspraak

Rechtbank oost-brabant

Toezicht

zaaknummer : 11127973 TE VERZ 24-868

BM-nummer : [nummer]

[initialen van de griffier]

Beschikking van de kantonrechter van 25 maart 2025

op verzoek van:

[betrokkene] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] ,

hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • het verzoekschrift, ontvangen op 29 mei 2024;

  • de schriftelijke reactie van de bewindvoerder Derkx & Van Hoek B.V., Kvkno. [kvk] , [postbus] , [postcode] [vestigingsplaats] , ontvangen op 11 juni 2024;

  • de brief van de bewindvoerder, ontvangen op 17 februari 2025.

Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting van 22 augustus 2024. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op de zitting zijn betrokkene (in aanwezigheid van een tolk) en de bewindvoerder verschenen.

beoordeling

Verzocht wordt het bewind over de goederen van betrokkene op te heffen.

Het verzoek is ter zitting van 22 augustus 2024 mondeling behandeld, waarbij de

kantonrechter het verzoek tot opheffing van het bewind heeft aangehouden om de bewindvoerder samen met betrokkenen de gelegenheid te geven een overgangsperiode op te starten, met als einddoel opheffing van het bewind. De kantonrechter heeft bepaald dat betrokkene en de bewindvoerder zich uiterlijk 1 februari 2025 schriftelijk dienen uit te laten over het verloop van deze overgangsperiode.

Op 17 februari 2025 is ter griffie ontvangen de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, inhoudende een update over het verloop van de eerder afgesproken overgangsperiode. De bewindvoerder geeft aan dat het traject zeker de eerste drie maanden niet vlekkeloos is verlopen, rekeningen werden niet of veel te laat betaalde door betrokkene. Vanaf november 2024 tot heden is het echter wel goed gegaan waardoor er dus geen grondslag meer is voor het bewind.

Gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting is de kantonrechter gebleken dat voortzetting van het bewind niet zinvol is dan wel de noodzaak daartoe niet meer bestaat. De kantonrechter zal het bewind daarom opheffen.

De kantonrechter zal de beloning van de bewindvoerder voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 5 sub d van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is exclusief omzetbelasting.

beslissing

De kantonrechter:

- heft het bewind over de goederen van betrokkene op met ingang van veertien dagen na verzending van deze beschikking;

- stelt de beloning voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording vast zoals hiervoor is overwogen.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.H.E. Boerma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2025.

de griffier, de kantonrechter,

verzenddatum: