Personen- en familierecht
Rechtbank Oost-Brabant · Beschikking · Personen- en familierecht
Rechtbank Oost-Brabant, 21 januari 2025
ECLI:NL:RBOBR:2025:2087 · Rechtbank Oost-Brabant · 21 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbobr-2025-2087
Zaakgegevens
Op 21 januari 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 21 januari 2025
- Datum publicatie
- 7 april 2025
- Zaaknummer
- 11436197
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2025:2087
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek opheffing bewind
Uitspraak
Rechtbank oost-brabant
Toezicht
zaaknummer : 11436197 TE VERZ 24-1791
BM-nummer : [dossiernummer]
[initialen van de griffier]
Beschikking van de kantonrechter van 21 januari 2025
op verzoek van:
[naam verzoeker] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
-
het verzoekschrift, ontvangen op 14 november 2024;
-
de brief van de griffier van de rechtbank Oost-Brabant aan betrokkene van
5 december 2024.
beoordeling
Verzocht wordt het bewind over de goederen van betrokkene op te heffen. Aan het verzoek ligt – kort samengevat – ten grondslag dat betrokkene haar financiën weer zelf wil behartigen.
Bij beschikking van 20 april 2023 is een eerder verzoek van betrokkene tot opheffing van het bewind afgewezen. De kantonrechter heeft destijds geoordeeld dat betrokkene op dat moment (nog) niet in staat was haar geldzaken zelf naar behoren te behartigen. Daarbij is besproken dat het begrijpelijk is dat betrokkene de wens heeft om zelf weer de regie te krijgen en dat een beschermingsmaatregel in beginsel ook niet langer moet duren dan noodzakelijk, maar dat een beschermingsmaatregel pas kan worden opgeheven als er sprake is van een succesvol doorlopen zelfstandigheidstraject. Welke stappen genomen moet worden en wanneer sprake is van een succesvol doorlopen traject is aan betrokkene om samen met de bewindvoerder te bepalen. Betrokkene zal in eerste instantie zelf het initiatief moeten nemen om een dergelijk traject op te starten en met de bewindvoerder moeten bespreken wat de stappen kunnen zijn.
Betrokkene heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat de situatie nu anders is. De kantonrechter wijst het verzoek tot opheffing daarom af.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H.E. Boerma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2025. de griffier, de kantonrechter, verzenddatum: |
||