Personen- en familierecht

afwijzing verzoek publicatie in het Centraal Curatele- en bewindregister (CCBR). Verzocht door bewindvoerder…

Rechtbank Oost-Brabant, 23 juli 2025

Zaakgegevens

Op 23 juli 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
Eindhoven
Datum uitspraak
23 juli 2025
Datum publicatie
28 juli 2025
Zaaknummer
NL:TZ:0000330633:B001
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:4750
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

afwijzing verzoek publicatie in het Centraal Curatele- en bewindregister (CCBR).

Verzocht door bewindvoerder vanwege vinden vinden van oude schuldeisers.

Uitspraak

[begeleidingsbrief]

[begeleidingsbrief]

[begeleidingsbrief]

[begeleidingsbrief]

[begeleidingsbrief]

[begeleidingsbrief]

[begeleidingsbrief]

[begeleidingsbrief]

[begeleidingsbrief]

[begeleidingsbrief]

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer

:

NL:TZ:0000330633:B001

dossiernummer

:

BM47186

datum

:

23 juli 2025

beschikking op een verzoek tot publicatie van het bewind


op verzoek van:

Alpha Bewind B.V.,
Postbus 196, 5800 AD Venray,
Kamer van Koophandel-nummer 14112334,

hierna te noemen: bewindvoerder,


met betrekking tot:

[naam] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 16 juni 2025;

- de nadere informatie, ontvangen op 21 juli 2025.

De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

beoordeling

De bewindvoerder vraagt om publicatie van het door de kantonrechter op 12 maart 2024 ingestelde bewind over het vermogen van betrokkene in het register zoals bedoeld in artikel 1:436 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Inschrijving van het bewind in het Centraal curatele-en bewindregister op grond van artikel 1:436 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek is aan de orde als de inschrijving noodzakelijk is ter bescherming van betrokkene dan wel ter voorkoming van het aangaan van nieuwe schulden door betrokkene. De bewindvoerder heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die deze noodzaak aantonen. In tegendeel, de bewindvoerder geeft aan dat er geen aanleiding is dat betrokkene nieuwe schulden zal maken, dan wel dat er misbruik van betrokkene gemaakt zal worden. De kantonrechter zal het verzoek dan ook afwijzen.

De kantonrechter voegt ten slotte het volgende toe. De bewindvoerder wil inschrijving van het bewind omdat dit de bewindvoerder zou kunnen helpen met het vinden van oude schuldeisers. Naast dat dit niet valt onder de noodzaak van artikel 1:436 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek, is het niet zo dat een schuldeiser zich automatisch gaat wenden tot de bewindvoerder met zijn vordering wanneer het bewind staat ingeschreven. Een schuldeiser wordt namelijk niet van de inschrijving op de hoogte gebracht en het ligt niet in de lijn der verwachting dat een gemiddelde schuldeiser met een (oude) vordering uit zichzelf in het register gaat kijken.

beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2025.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

  1. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.