Personen- en familierecht

instelling bewind na gesprek met senior juridisch medewerker van de rechtbank. De kantonrechter heeft kennis…

Rechtbank Oost-Brabant, 17 september 2025

Zaakgegevens

Op 17 september 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
Eindhoven
Datum uitspraak
17 september 2025
Datum publicatie
3 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2501143:IVB
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:8965
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

instelling bewind na gesprek met senior juridisch medewerker van de rechtbank. De kantonrechter heeft kennis genomen van de aantekeningen van het gesprek en vervolgens bepaald dat het verzoek zonder mondelinge behandeling toewijsbaar is.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats

zaaknummer

:

NL:TZ:2501143:IVB

datum

:

17 september 2025

( [initialen griffier] )

beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling

op verzoek van:

[naam] ,

wonende [adres]

,

hierna te noemen: verzoeker,

met betrekking tot:

[naam] ,

geboren te [woonplaats] op [datum] ,

wonende [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoek met bijlagen, ontvangen op 29 juli 2025;

- de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder om tot bewindvoerder te worden benoemd.

Het verzoek is besproken met een senior juridisch medewerker op 10 september 2025. Betrokkene heeft via beeldverbinding aan het gesprek deelgenomen. Van dit gesprek zijn aantekeningen gemaakt. De kantonrechter heeft kennisgenomen van de aantekeningen van dit gesprek en vervolgens bepaald dat het verzoek zonder mondelinge behandeling toewijsbaar is.

beoordeling

Verzoeker vraagt om het instellen van een bewind ten behoeve van betrokkene en publicatie daarvan in het Centraal curatele- en bewindregister.

Uit de stukken en het verslag van het door de gerechtsjurist gehouden gesprek blijkt dat betrokkene vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Daarom zal de kantonrechter bewind instellen. De kantonrechter zal de voorgestelde bewindvoerder benoemen, nu daartegen geen bezwaar is.

Betrokkene is op dit moment niet in staat om de rekening en verantwoording te beoordelen. Betrokkene is op dit moment niet in staat om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 Burgerlijk Wetboek.

De kantonrechter zal de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig het laatstgenoemde bedrag in artikel 3 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is exclusief omzetbelasting.

De kantonrechter zal de jaarbeloning vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing.

De kantonrechter zal bepalen dat deze beschikking zal worden ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister.

beslissing

De kantonrechter:

  • stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een bewind in over de goederen die [naam betrokkene] (zullen) toebehoren vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand;

  • benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot bewindvoerder: [naam en adres];

- bepaalt dat deze beschikking zal worden ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek;

- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.H.E. Boerma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:

  1. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.