Personen- en familierecht

Afwijzing curatele instelling bewind. De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en het de…

Rechtbank Oost-Brabant, 7 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
7 oktober 2025
Datum publicatie
27 oktober 2026
Zaaknummer
11812806 TD VERZ 25-1160 en 11903858 TD VERZ 25-1452
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:8971
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing curatele instelling bewind. De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en het de toelichting van de mentor, van oordeel dat ondercuratelestelling, gezien de omstandigheden, als een te verstrekkende beperking van de rechten van de betrokkene is te beschouwen. Het (ambtshalve) instellen van een bewind is in deze wel passend en noodzakelijk om beter zorg voor betrokkene te kunnen realiseren. Dat betrokkene ook financiële bescherming nodig heeft blijkt ook wel uit het feit dat door de zus van betrokkene ter zitting is aangegeven dat zij vorige week aangifte heeft gedaan tegen derden die financieel misbruik hebben gemaakt van haar broer. Ook daarom kan een bewindvoerder van waarde zijn.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

zaaknummers : 11812806 TD VERZ 25-1160 en 11903858 TD VERZ 25-1452

dossiernummer : MB 2534

datum : 7 oktober 2025

[initialen griffier]

beschikking op een verzoek tot ondercuratelestelling

op verzoek van:

Marion van de Vorst B.V.,

gevestigd te 6020 AB Budel, Postbus 2071,

hierna te noemen: verzoeker, tevens mentor,

met betrekking tot:

[naam 1] ,

geboren te [plaatsnaam] op [datum] ,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • het verzoek met bijlage(n), ontvangen op 28 juli 2025;

  • de e-mail (met bijlagen) van mr. R.T.A. Slof, de advocaat van [zus van betrokkene] , ontvangen op 6 augustus 2025;

  • de brief (met bijlagen) van mr. M.M.G. Senssen-Franssen, de advocaat van [zus van betrokkene] ontvangen op 22 september 2025.

Het verzoek is mondeling behandeld op 30 september 2025. Ter zitting zijn verschenen: betrokkene, [naam 2] (zus van betrokkene), haar advocate mr. M.M.G. Senssen-Franssen en namens de mentor dhr. [naam 2] .

beoordeling

Bij beschikking van de kantonrechter van [datum] is een mentorschap ten behoeve van betrokkene ingesteld. Bij beschikking van de kantonrechter 14 mei 2025 is de zus van betrokkene, [naam 2] , ontslagen als mentor en is Marion van de Vorst B.V., Kvkno. 69152500, Postbus 2071, 6020 AB Budel benoemd tot de (enige) opvolgend mentor van betrokkene.

Verzocht wordt om het instellen van een curatele ten behoeve van betrokkene. Het verzoek is gebaseerd op de stelling dat betrokkene wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt en dat een voldoende behartiging van de belangen van betrokkene niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

De huidige mentor van betrokkene hierbij ter zitting aangevoerd dat vanuit de zus van betrokkene, [naam 2] , tevens voormalig mentor van betrokkene en met wie betrokkene samenwoont, niet wordt meegewerkt aan de uitvoering van het mentorschap. Zowel betrokkene als zijn zus ontvangen intensieve zorg aan huis van dezelfde zorgmedewerkers. Volgens de mentor zou betrokkene 24-uurs zorg moeten ontvangen. Ook de zorgverleners rondom betrokkene en zijn zus werken niet mee met de huidige mentor en houden de mentor niet op de hoogte over hoe het met betrokkene gaat.

De mentor geeft daarnaast aan dat het zorgkantoor niet tot uitbetaling van het PGB overgaat, omdat thans geen sprake is van gewaarborgde hulp. De door de zus van betrokkene aangedragen kandidaten zijn door het zorgkantoor niet geschikt geacht. Betrokkene ontvangt, voor de intensieve zorg die hij krijgt en nodig heeft, een zeer uitgebreid PGB-budget. De huidige mentor is ervoor verantwoordelijk dat betrokkene de juiste zorg ontvangt en dat voldaan wordt aan de eisen die het zorgkantoor stelt voor het uitbetalen van het PGB. Ook heeft de huidige mentor sinds de aanstelling als mentor nog geen salaris ontvangen voor de verrichte werkzaamheden.

Op basis van het bovenstaande stelt de mentor dat een verdere bescherming van de

(niet-)vermogensrechtelijke belangen van betrokkene noodzakelijk is. Ter zitting heeft de mentor aangegeven dat voor de bescherming van de vermogensrechtelijke belangen van betrokkene het instellen van een bewind (mogelijk) voldoende is.

De zus van betrokkene, [naam 2] , heeft via haar advocate te kennen gegeven het niet eens te zijn met het verzoekschrift. Zij heeft ook een hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kantonrechter van [datum] . Ter zitting heeft zij aangegeven samen met haar zus [zus 2 van betrokkene] (weer) het mentorschap ten behoeve van betrokkene uit te willen gaan voeren. Tevens stelt ze dat zij al vele jaren de financiën van betrokkene regelt en dat daarom een curatele (of bewind) niet nodig is en gaf ze aan dat (nog steeds) bezig is met het regelen van gewaarborgde hulp voor het PGB van betrokkene. Volgens de zus van betrokkene ontvangt betrokkene overigens ‘slechts’ 10 tot 12 uur zorg per dag.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Op dit moment is nog niet bekend wanneer het Gerechtshof het beroep tegen ontslag van de (oud) mentor en benoeming van de huidige mentor behandeld. Zoals ter zitting aangegeven zal de kantonrechter in deze beschikking niet ingaan op de vraag of de beslissing van [datum] juist of onjuist is, en of andere dan deze zus en de huidige mentor (de broer van betrokkene stelt zich op dat standpunt) beter mentor kan zijn. Dat is onderwerp van het hoger beroep en de kantonrechter zal zich daarom daar nu niet in mengen. Dit betekent dat op dit moment het enkel de vraag is of, zoals overigens ook in de beslissing van [datum] is aangegeven, een nadere voorziening nodig is om te zorgen dat er adequate zorg kan worden verleend aan betrokkene.

De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en het de toelichting van de mentor, van oordeel dat ondercuratelestelling, gezien de omstandigheden, als een te verstrekkende beperking van de rechten van de betrokkene is te beschouwen. Het (ambtshalve) instellen van een bewind is in deze wel passend en noodzakelijk om beter zorg voor betrokkene te kunnen realiseren. Dat betrokkene ook financile bescherming nodig heeft blijkt ook wel uit het feit dat door de zus van betrokkene ter zitting is aangegeven dat zij vorige week aangifte heeft gedaan tegen derden die financieel misbruik hebben gemaakt van haar broer. Ook daarom kan een bewindvoerder van waarde zijn.

De beoogde curator heeft ter zitting te kennen gegeven een benoeming als bewindvoerder te zullen aanvaarden. Daarom zal de kantonrechter het verzoek tot ondercuratelestelling afwijzen en een bewind instellen.

Betrokkene is op dit moment niet in staat om de rekening en verantwoording te beoordelen.

Betrokkene is op dit moment niet in staat om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 Burgerlijk Wetboek.

De kantonrechter zal de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig het eerstgenoemde bedrag in artikel 3 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is exclusief omzetbelasting.

De kantonrechter zal de jaarbeloning vaststellen overeenkomstig artikel 5 in samenhang met artikel 2 lid 2 onder a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing.

Mede gezien de kwetsbare gezondheidstoestand van betrokkene, zal de kantonrechter tevens ambtshalve bepalen dat deze beschikking zal worden ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek.

beslissing

De kantonrechter:

  • wijst het verzoek tot ondercuratelestelling af;

  • stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een bewind in over de goederen van [naam 1], vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand;

  • benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot bewindvoerder: Marion van de Vorst B.V., Kvkno. 69152500, Postbus 2071, 6020 AB Budel;

  • bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met de curatele gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de betrokkene mag brengen;

  • bepaalt ambtshalve dat deze beschikking zal worden ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.H.E. Boerma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.