Personen- en familierecht

Verzoeker vraagt om verlenging van het bewind.

Rechtbank Oost-Brabant, 9 maart 2026

Zaakgegevens

Op 9 maart 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 maart 2026
Datum publicatie
16 maart 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000190371:B001
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:1710
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoeker vraagt om verlenging van het bewind.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer

:

NL:TZ:0000190371:B001

dossiernummer

:

[beschikkingsnummer]

datum

:

9 maart 2026

[initialen van de griffier]

beschikking op een verzoek tot verlenging van het bewind


op verzoek van:

ZEKER Financiële Zorgverlening B.V.,
Postbus 50099, 1305 AB Almere,
Kamer van Koophandel-nummer 32109241,

hierna te noemen: verzoeker,


met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats]
hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 25 februari 2026 van een verzoek tot wijziging van de grondslag van het bewind;
- het verzoek (met bijlage) tot verlenging van het bewind, ontvangen op 2 maart 2026.

De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling van het verzoek tot verlenging van het bewind.

beoordeling

Bij beschikking van de kantonrechter d.d. 17 mei 2021 is het vermogen van betrokkene tijdelijk onder bewind gesteld tot 16 maart 2026. De grondslag van het bewind is verkwisting of het hebben van problematische schulden. Het bewind staat ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 Burgerlijk Wetboek.

Verzoeker vraagt om verlenging van het bewind.

Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.

Op 25 februari 2026 stond een zitting gepland inzake het verzoek tot wijziging van de grondslag van het bewind van betrokkene naar een grondslag van geestelijke en lichamelijke toestand. Helaas is betrokkene op deze zitting niet verschenen. Tijdens de zitting is besproken om het bewind met zes maanden te verlengen, zodat binnen die termijn alsnog een verzoek tot wijziging van de grondslag kan worden behandeld. De reden van afwezigheid van betrokkene was dat betrokkene was vergeten dat hij op dezelfde dag een afspraak had met hun kind, dat in een pleeggezin verblijft.

Uit de stukken is voldoende aannemelijk geworden dat voortzetting van het bewind op dit moment noodzakelijk is. De kantonrechter is van oordeel dat het nog te vroeg is voor betrokkene om weer zelf de vermogensrechtelijke belangen te behartigen, omdat hij nog niet zelfredzaam is. Dat kan nog op de grondslag ‘verkwisting of het hebben van problematische schulden’, ook al zijn er geen schulden meer, mits de behandeling van het verzoek wijziging grond maatregel niet te lang duurt. De kantonrechter zal betrokkene daarom in de gelegenheid stellen om samen met de bewindvoerder een eventueel nader onderbouwd verzoek grondslagwijziging te laten behandelen op zitting waarbij betrokkene dit verzoek zelf nader zal toelichten. Het bewind zal worden verlengd tot 16 september 2026.

beslissing

De kantonrechter:

  • bepaalt dat het bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam betrokkene] voornoemd zal worden verlengd tot 16 september 2026;

  • stelt vast dat deze beschikking zal worden ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek;

- bepaalt dat de bewindvoerder voor de werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

  1. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.