Personen- en familierecht

Verzoeker vraagt machtiging voor het doen van een schenking van een bedrag van € 6.908,00 aan ieder van de…

Rechtbank Oost-Brabant, 15 april 2026

Zaakgegevens

Op 15 april 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15 april 2026
Datum publicatie
8 mei 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000319053:B001 en NL:TZ:0000319098:B001
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:3109
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoeker vraagt machtiging voor het doen van een schenking van een bedrag van € 6.908,00 aan ieder van de twee dochters van betrokkenen. Uit het dossier en de verklaring van verzoeker blijkt dat er geen schenkingstraditie bestaat en er zijn geen bijzondere omstandigheden die de verzochte schenking rechtvaardigen. Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter het verzoek afwijzen nu er geen sprake is van een schenkingstraditie en gesteld noch gebleken is dat een schenking in het belang is van betrokkenen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Toezicht

toezichtnummer

:

[Zaaknummer A] en [Zaaknummer B]

CBM-nummer

:

[dossiernummer A] en [dossiernummer B]

beschikkingsnummer

:

003 en 004

[initialen griffier]

Beschikking van de kantonrechter van 15 april 2026


op verzoek van:

Mentum Bewindvoering B.V.,
Postbus 88, 5740 AB Beek en Donk,
Kamer van Koophandel-nummer 88410331,

hierna te noemen: verzoeker,


met betrekking tot:

[naam betrokkene A] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

en

[naam betrokkene B] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkenen.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 maart 2026,

- de nadere informatie, ontvangen op 24 maart 2026.

De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

beoordeling

Verzoeker vraagt, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder, machtiging voor het doen van een schenking, ten laste van het gezamenlijk vermogen van betrokkenen, van een bedrag van € 6.908,00 aan ieder van de twee dochters van betrokkenen.

Aan het verzoek wordt het volgende ten grondslag gelegd. Betrokkenen zijn beiden niet wilsbekwaam wegens dementie. Het vermogen van betrokkenen is ruimschoots toereikend

om in hun onderhoud te voorzien. Er is geen sprake van een schenkingstraditie vanwege het feit dat betrokkenen voor aanvang van het bewind niet vermogend waren. Betrokkenen hebben hun vermogen verkregen door de verkoop van de echtelijke woning in 2024. Verzoeker draagt aan dat er sprake is van een aantoonbare schenkingsintentie en omstandigheden waarbij de gevraagde schenkingen bijdragen aan het welzijn van betrokkenen. De dochters zijn intensief betrokken bij de zorg en ondersteuning van betrokkenen. Volgens verzoeker kan een schenking mede worden gezien als een passende erkenning en draagt bij aan het in stand houden van de betrokkenheid, hetgeen direct in het belang is van betrokkenen en hun leefomgeving.

Door de kantonrechter is op 20 juni 2024 onder zaaknummers [Zaaknummer A] en [Zaaknummer B] een eenmalige schenking aan de dochters van betrokkenen toegekend vanwege de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden. In deze beschikking heeft de kantonrechter benadrukt dat daarmee geen schenkingstraditie is gecreëerd.

Conform de aanbevelingen Meerderjarigenbewind, curatele en mentorschap, laatstelijk vastgesteld op 3 april 2025, is het in beginsel niet mogelijk om een schenking te doen ten laste van het vermogen van een betrokkene indien betrokkenen hun wil niet kunnen bepalen, tenzij aangetoond kan worden dat zij voorafgaand aan de instelling van het bewind reeds schenkingen deden (de zogenaamde schenkingstraditie). In bijzondere, door de bewindvoerder aan te voeren omstandigheden, kan van deze regel worden afgeweken indien het belang van betrokkenen dat vereist, zoals het verbeteren van de leefomgeving van betrokkenen.

Uit het dossier en de verklaring van verzoeker blijkt dat er geen schenkingstraditie bestaat en er zijn geen bijzondere omstandigheden die de verzochte schenking rechtvaardigen. Gelet hierop heeft de griffier verzoeker bij bericht in Toezicht van 24 maart 2026 meegedeeld dat de kantonrechter voornemens is het verzoek af te wijzen. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld een aanvullende toelichting ter zitting te geven indien er sprake was van aanvullende bijzondere omstandigheden. Verzoeker heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter het verzoek afwijzen nu er geen sprake is van een schenkingstraditie en gesteld noch gebleken is dat een schenking in het belang is van betrokkenen.

beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.