Personen- en familierecht
De kantonrechter wijst het verzoek tot onderbewindstelling af wegens het ontbreken van een wettelijke…
Rechtbank Oost-Brabant, 15 mei 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:3315 · Rechtbank Oost-Brabant · 15 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbobr-2026-3315
Zaakgegevens
Op 15 mei 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 15 mei 2026
- Datum publicatie
- 18 mei 2026
- Zaaknummer
- NL:TZ:2606321:IVB
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2026:3315
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De kantonrechter wijst het verzoek tot onderbewindstelling af wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag. Feit dat de aanstaande echtgenoot van betrokkene bewind heeft, kan geen reden zijn om toch bewind in te stellen voor betrokkene
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
|
zaaknummer |
: |
NL:TZ:2606321:IVB |
|
datum |
: |
15 mei 2026 |
[initialen griffier]
beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling
op verzoek van:
[betrokkene]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek met bijlagen, ontvangen op 12 maart 2026;
- de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder om tot bewindvoerder te worden benoemd.
Het verzoek is mondeling behandeld op 12 mei 2026.
beoordeling
Betrokkene vraagt om het instellen van een bewind. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij gaat trouwen met iemand wiens goederen onder bewind staan. De bewindvoerder van haar aanstaande echtgenoot verlangt nu dat ook haar goederen bij deze bewindvoerder onder bewind komen te staan. Tot nu toe heeft zij zelf altijd haar financiën geregeld.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter kan een bewind instellen wanneer een meerderjarige onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen vanwege verkwisting of het hebben van problematische schulden, of vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Dat staat in artikel 1:431, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Betrokkene heeft geen (problematische) schulden. Van verkwisting of een lichamelijke of geestelijke toestand die maakt dat betrokkene niet zelf haar financiën kan regelen, is ook niet gebleken. Er is dus geen wettelijke grondslag om bewind in te stellen.
De kantonrechter begrijpt dat het voor de bewindvoerder van de aanstaande echtgenoot gemakkelijker zal zijn om haar taken uit te voeren wanneer zij ook de bewindvoerder van betrokkene is. Dat kan echter geen reden zijn om, hoewel een wettelijke grondslag ontbreekt, toch bewind in te stellen ten behoeve van betrokkene.
De kantonrechter wijst daarom het verzoek af.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Y.S. Klerk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
-
door de betrokkene en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.