Personen- en familierecht

CBM. Afwijzing verzoek mentorschap. Betrokkene verzet zich tegen aantasting autonomie. Begrijpelijke zorgen…

Rechtbank Oost-Brabant, 12 juni 2026

Zaakgegevens

Op 12 juni 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
Eindhoven
Datum uitspraak
12 juni 2026
Datum publicatie
3 augustus 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2609408:IVM
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:5554
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

CBM. Afwijzing verzoek mentorschap. Betrokkene verzet zich tegen aantasting autonomie. Begrijpelijke zorgen, kwetsbaar evenwicht, maar netwerk betrokkene biedt op dit moment nog voldoende steun die betrokkene wel bereid is te accepteren.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats Eindhoven

zaaknummer

:

NL:TZ:2609408:IVM

datum

:

12 juni 2026

[naam]

beschikking op een verzoek tot instelling mentorschap

op verzoek van:

[bewindvoerder]

,

hierna te noemen: bewindvoerder,

met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • het verzoek met bijlagen, ontvangen op 13 april 2026;

  • de aanvullende informatie, ontvangen op 11 mei 2026.

Het verzoek is mondeling behandeld op 3 juni 2026. Van hetgeen is besproken op de zitting zijn aantekeningen gemaakt. Ter zitting zijn verschenen de bewindvoerder en betrokkene, begeleid door een vrijwilligster/bekende.

beoordeling

De bewindvoerder vraagt om het instellen van een mentorschap ten behoeve van betrokkene.

De bewindvoerder legt aan het verzoek ten grondslag dat betrokkene nog zelfstandig woont, maar dat zij haar niet-financiële belangen niet meer voldoende zelf kan behartigen. Zij heeft zorg en hulp nodig en is in toenemende mate afhankelijk van ondersteuning. Betrokkene ziet niet goed en is niet meer goed ter been. Hoewel betrokkene hierover anders denkt, is de huidige zorg ontoereikend en is regie nodig in verband met de organisatie daarvan. De dochters van betrokkene zijn het eens met benoeming van een mentor. Zij maken zich zorgen over hun moeder. Op dit moment is een kleindochter op afstand betrokken als eerste contactpersoon voor de woonlocatie, voor de zorg en voor het online bestellen van boodschappen. Zij woont echter ver uit de buurt. Ook door de reisafstand is het voor haar niet goed mogelijk steeds beschikbaar te zijn voor het regelen van zaken.

Betrokkene heeft zowel schriftelijk als tijdens de zitting duidelijk laten weten dat zij absoluut geen mentor wil. Zij is van mening dat zij alle noodzakelijke zaken nog goed genoeg zelf kan regelen met de hulp van haar kleindochter, de [belanghebbende] , het netwerk van andere vrijwilligers in de wijk en buren. Zij overlegt ook met [belanghebbende] en met haar huisarts en andere betrokken zorgverleners. Het idee dat zij de autonomie over haar niet-financiële zaken zou verliezen bezorgt haar veel stress. Zij wil geen bemoeienis van een mentor.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

De vraag die de kantonrechter moet beoordelen is of betrokkene vanwege haar geestelijke of lichamelijke toestand onvoldoende in staat is haar niet-vermogensrechtelijke belangen

te behartigen, in de toestand waarin zij nu verkeert en met de hulp en begeleiding die zij nu heeft vanuit het bestaande netwerk.

De kantonrechter begrijpt de zorgen van de bewindvoerder. Het is duidelijk dat betrokkene op verschillende gebieden hulp nodig heeft en dat betrokkene daar weerstand tegen voelt. Coördinatie van bestaande en aanvullende zorg zou behulpzaam kunnen zijn. De bewindvoerder heeft ook aangegeven dat zij hierover regelmatig contact heeft met de dochters en kleindochter van betrokkene. Zij neemt in dat verband deels taken op zich die niet tot de taak van de bewindvoerder horen, in het belang van betrokkene.

Daar staat tegenover dat betrokkene op dit moment een netwerk om zich heen heeft van kleindochter, zorgverleners en vrijwilligers die haar bijstaan en die zorg en hulp bieden die betrokkene bereid is te accepteren. Wel is sprake van een kwetsbaar evenwicht. Als bijvoorbeeld bepaalde vrijwilligers zouden wegvallen of als de kleindochter niet meer in staat zou zijn haar hulp voort te zetten, kan de noodzakelijke behartiging van de belangen van betrokkene waarschijnlijk niet meer voldoende geborgd worden. Ook is het de vraag wat de gevolgen voor betrokkene en haar kleindochter zouden zijn als de bewindvoerder zich strikt beperkt tot de taken van een bewindvoerder.

Betrokkene heeft zeer stellig en consistent toegelicht dat zij weigert in te stemmen met benoeming van een mentor. Dat roept de vraag op in hoeverre zinvol invulling gegeven zou kunnen worden aan een mentorschap. Bovendien bestaat een netwerk om betrokkene heen dat bepaalde zorg en hulp biedt die betrokkene accepteert. Alle omstandigheden afwegende is de kantonrechter daarom van oordeel dat er op dit moment onvoldoende noodzaak is voor instelling van een mentorschap.

Op grond van het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek tot instelling van een mentorschap ten behoeve van betrokken afwijzen.

beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:

  1. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.