Personen- en familierecht

Betrokkene vraagt om het instellen van een bewind. Uit de stukken blijkt dat betrokkene als gevolg van…

Rechtbank Oost-Brabant, 21 september 2026

Zaakgegevens

Op 21 september 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21 september 2026
Datum publicatie
28 oktober 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2621029:IVB
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:7607
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Betrokkene vraagt om het instellen van een bewind. Uit de stukken blijkt dat betrokkene als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

zaaknummer

:

NL:TZ:2621029:IVB

datum

:

21 september 2026

[griffier]

beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling

op verzoek van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoek met bijlagen, ontvangen op 17 augustus 2026;

- de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder om tot bewindvoerder te worden benoemd.

De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

beoordeling

Betrokkene vraagt om het instellen van een bewind.

Uit de stukken blijkt dat betrokkene als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Daarom zal de kantonrechter bewind instellen tot 22 september 2031. Na 3 jaar zal de voortgang van het bewind geëvalueerd worden. De kantonrechter zal de voorgestelde bewindvoerder benoemen, nu daartegen geen bezwaar is.

Betrokkene is (op dit moment) wel in staat om de rekening en verantwoording te beoordelen. Betrokkene is (op dit moment) wel in staat om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 van het Burgerlijk Wetboek.

De kantonrechter zal de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig het eerstgenoemde bedrag in artikel 3 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

Op basis van de nu bekende informatie is de verwachting dat de schulden van betrokkene ‘problematisch’ zijn, in die zin dat de schulden niet binnen 18 maanden kunnen worden afgelost. Of dit klopt zal na de instelling van het bewind moeten blijken. De kantonrechter zal de jaarbeloning voorlopig vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub b van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is inclusief onkostenvergoeding. Indien na de instelling van het bewind blijkt dat de schulden binnen 18 maanden kunnen worden afgelost, en er geen andere grond is voor het schuldentarief, ligt het op de weg van de bewindvoerder om met terugwerkende kracht het lagere tarief te rekenen, en de griffie daarvan op de hoogte te stellen.

beslissing

De kantonrechter:

  • stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een bewind in over de goederen die [betrokkene] (zullen) toebehoren als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden tot 22 september 2031;

  • benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot bewindvoerder: [bewindvoerder] , vennoot van [bedrijf bewindvoerder] , Kvkno. [kvk] , Postbus [postbus] , [postcode] ' [vestigingsplaats] ;

- deelt mee dat deze beschikking wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek;

- bepaalt dat de voortgang van het bewind na 3 jaar geëvalueerd dient te worden;

- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.F.N. van Schaijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2026.

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:

  1. door de betrokkene en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.