Strafrecht overig

De rechtbank schorst de voorlopige hechtenis in verband met het uitzitten van een eerder opgelegde…

Rechtbank Oost-Brabant, 25 september 2024

Zaakgegevens

Op 25 september 2024 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25 september 2024
Datum publicatie
3 september 2026
Zaaknummer
01-293443-24
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2024:6826
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank schorst de voorlopige hechtenis in verband met het uitzitten van een eerder opgelegde, onherroepelijke straf.

Uitspraak

bevel

[afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch parketnummer : 01-293443-24

bev?I schorsing voorlopige hechtenis van de raadkamer d.d. 25 september 2024 (artikel 80 Wetboek van Strafvordering)

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [1970] te [geboorteplaats], vertrokken, onbekend waarheen,

nu gedetineerd in [verblijf plaats]. Raadsman: mr. Gerards

Procedure

De rechtbank heeft op 25 september 2024 de gevangenhouding van de verdachte bevolen. In raadkamer van 25 september 2024 is mondeling een verzoek gedaan tot schorsing van de gevangenhouding in verband met de executie van aan verdachte opgelegde gevangenisstraffen.

De officier van justitie heeft zich tegen het ".erzoek tot schorsing verzet.

Beoordeling

De rechter is van oordeel dat het uitzitten van een onherroepelijk aan verdachte opgelegde gevangenisstraf in deze zaak als alternatief kan dienen voor de voorlopige hechtenis en een grond kan opleveren voor schorsing nu dit een voor verdachte gunstigere vorm van vrijheidsbeneming is dan de voorlopige hechtenis.

Beslissing

De rechtbank schorst de voorlopige hechtenis van verdachte, met ingang van het moment dat de nog openstaande gevangenisstraffen (in totaal 307 dagen) ten uitvoer worden gelegd. De schorsing van de voorlopige hechtenis eindigt wanneer de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraffen eindigt óf wànneer de detentiefasering een aanvang neemt. Schorsing vindt plaats onder de volgende voorwaarden.

1. De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekken, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen.

2. Indien de verdachte wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zal de verdachte zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging daarvan.

3. De verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of zal een

parketnummer : 01-293443-24 inzake: : [verdachte]

blad 2

[afbeelding niet beschikbaar]

identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden.

4. De verdachte zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken.

Dit bevel is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 25 september 2024 door:

mr. M.E.N. van Haren, voorzitter,

mr. M.E. Bartels en mr. C.W.H. Houg, rechters,

in tegenwoordigheid van L. Surewaard, griffier.