Civiel recht overig
Verstekvonnis. De voorzieningenrechter schorst het besluit van gedaagde om eiser uit zijn lidmaatschap te…
Rechtbank Overijssel, 7 maart 2014
ECLI:NL:RBOVE:2014:1153 · Rechtbank Overijssel · 7 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbove-2014-1153
Zaakgegevens
Op 7 maart 2014 heeft de Rechtbank Overijssel in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 7 maart 2014
- Datum publicatie
- 7 maart 2014
- Zaaknummer
- C/08/151865 / KG ZA 14-47
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2014:1153
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstekvonnis. De voorzieningenrechter schorst het besluit van gedaagde om eiser uit zijn lidmaatschap te ontzetten en veroordeelt gedaagde om eiser te accepteren als volwaardig lid en hem onvoorwaardelijk gebruik te verstrekken van twee percelen op het volkstuincomplex, op straffe van een dwangsom.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer / rolnummer: C/08/151865 / KG ZA 14-47
Vonnis in kort geding van 7 maart 2014
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
advocaat mr. A.A. Bos te Zwolle,
tegen
de vereniging
BIOLOGISCHE TUINIERSVERENIGING DE PELIKAAN,
gevestigd te Zwolle,
gedaagde,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding
-
de mondelinge behandeling
-
de pleitnota van de zijde van eiser
-
de brief van 4 maart 2014 van [betrokkene] namens gedaagde, inhoudende zuivering van het verstek
-
de fax van mr. Bos van 5 maart 2014, waarin hij bezwaar maakt tegen de zuivering van het verstek
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.
[betrokkene] heeft namens gedaagde bij brief van 4 maart 2014 aangegeven het verstek te willen zuiveren. Hij heeft daarbij echter aangegeven dat hij sinds kort niet herkozen voorzitter is, maar nog wel als voorzitter is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. In de brief van mr. Bos wordt bevestigd dat [betrokkene] op de algemene ledenvergadering van 10 februari 2014 als voorzitter is afgetreden en dat er een nieuwe voorzitter is benoemd.
Met eiser is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verstek niet namens gedaagde is gezuiverd aangezien [betrokkene] – als afgetreden voorzitter – gedaagde niet rechtsgeldig heeft kunnen vertegenwoordigen. De inschrijving bij de Kamer van Koophandel is slechts ter bescherming van derden die onwetend zijn van de feitelijke situatie; daarvan is hier geen sprake.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op:
- dagvaarding € 98,36
- griffierecht 282,00
- salaris advocaat 527,00
Totaal € 907,36
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
schorst de besluiten om eiser uit zijn lidmaatschap te ontzetten, de huurovereenkomst op te zeggen, het gehuurde te ontruimen en een bijzondere algemene ledenvergadering op 18 december 2013 bijeen te roepen, totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist,
veroordeelt gedaagde om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis eiser als volwaardig lid (met stemrecht) van de vereniging te accepteren, totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist, op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 2.500,- voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van dit gebod, tot een maximum van € 10.000,- is bereikt,
veroordeelt gedaagde om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis aan eiser twee percelen op het volkstuinencomplex, gelegen aan het Toddenbeltpad te Zwolle, op de tussen eiser en gedaagde overeengekomen voorwaarden in vrij, onbeperkt en onvoorwaardelijk gebruik te verstrekken, totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist, op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 2.500,- voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van dit gebod, tot een maximum van € 10.000,- is bereikt,
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 907,36,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2014.