Civiel recht overig

Herstelvonnis inzake ECLI:NL:RBOVE:2016:1993

Rechtbank Overijssel, 27 mei 2016

Zaakgegevens

Op 27 mei 2016 heeft de Rechtbank Overijssel in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Almelo
Datum uitspraak
27 mei 2016
Datum publicatie
6 juni 2016
Zaaknummer
C/08/186057 / KG ZA 16-160
Procedure
Kort geding
Advocaat
mr. W.H.J.M. Haafkes te Hengelo (O)
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2016:1994
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelvonnis inzake ECLI:NL:RBOVE:2016:1993

Procesgang

  1. Rechtbank Overijssel · 13 mei 2016

    ECLI:NL:RBOVE:2016:1993
  2. Rechtbank Overijssel · 27 mei 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:RBOVE:2016:1994

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer : C/08/186057 / KG ZA 16-160

Aanvullend vonnis van 27 mei 2016

in de zaak van

MR. WILHELMUS HENDRIKUS JOHANNES MARIA HAAFKES,

eiser,

hierna te noemen Haafkes q.q.,

advocaat: mr. W.H.J.M. Haafkes te Hengelo (O),

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats 1],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagden,

hierna te noemen [gedaagde 1] c.s.,

verschenen in persoon.

1 Het verzoek tot herstel c.q. aanvulling

1.1.

Bij emailbericht van 19 mei 2016 heeft Haafkes q.q. aan de voorzieningenrechter verzocht om het op 13 mei 2016 in deze zaak gewezen vonnis (alsnog geheel) uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft [gedaagde 1] c.s. in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.

1.3.

Bij e-mailbericht van 23 en 25 mei 2016 heeft [gedaagde 1] c.s. aan de voorzieningenrechter bericht bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.

2 De beoordeling

2.1.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat Haafkes q.q. in de inleidende dagvaarding uitdrukkelijk uitvoerbaarverklaring bij voorraad heeft gevorderd van de gehele vordering. Door [gedaagde 1] c.s. is tegen die vordering geen verweer gevoerd. Er is verzuimd op die vordering te beslissen en die vordering zou als niet weersproken - en evenmin in strijd met de wet - ook zijn toegewezen.

2.2.

De voorzieningenrechter merkt het onderhavige verzoek aan als een verzoek om aanvulling ex artikel 32 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en niet als een verzoek om verbetering ex artikel 31 Rv, nu zich het geval voordoet dat aan voornoemde vordering geen overwegingen zijn gewijd noch daarop uitdrukkelijk is beslist.

2.3.

Gelet op het vorenstaande zal de voorzieningenrechter het verzoek dan ook toewijzen. Dat [gedaagde 1] c.s. reeds hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van

13 mei 2016 staat aan toewijzing van het verzoek niet in de weg.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

bepaalt dat r.o. 4.3. van het op 13 mei 2016 tussen Haafkes q.q. en [gedaagde 1] c.s. gewezen vonnis luidt:

“4.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad”.

3.2.

bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 27 mei 2016 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 13 mei 2016,

3.3.

gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 13 mei 2016 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2016.