Civiel recht overig
Straat- en contactverboden ; dwangsom.
Rechtbank Overijssel, 20 februari 2017
ECLI:NL:RBOVE:2017:1019 · Rechtbank Overijssel · 20 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbove-2017-1019
Zaakgegevens
Op 20 februari 2017 heeft de Rechtbank Overijssel in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 20 februari 2017
- Datum publicatie
- 7 maart 2017
- Zaaknummer
- C/08/197430 / KG ZA 17-29
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2017:1019
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Straat- en contactverboden ; dwangsom.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer / rolnummer: C/08/197430 / KG ZA 17-29
Vonnis in kort geding van 20 februari 2017
in de zaak van
[eiser] , procederend met een toevoeging onder nummer 2FK1032,
wonende te [plaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. S.L. Geeraths te Haaksbergen,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [plaats 2] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding met 1 productie
-
de mondelinge behandeling op 14 februari 2017
-
het tijdens de behandeling tegen [gedaagde] verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eiser] heeft een affectieve relatie gehad met mevrouw [A] die thans de huidige vriendin van [gedaagde] is. Uit deze relatie is op 4 september 2016 een dochter geboren.
Vanwege de drugsproblematiek van [A] is jeugdhulpverlening bij de minderjarige dochter betrokken. De dochter verblijft thans bij [eiser] . De verhouding tussen partijen is ernstig verstoord. Een en ander heeft geleid tot dreigementen via WhatsApp door [gedaagde] aan het adres van [eiser] en zijn (schoon)ouders.
3 De beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijn en formaliteiten in acht genomen. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is vervolgens verstek verleend.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal, op de hierna te melden wijze, worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd. Nu de door [eiser] gevorderde dwangsom die [gedaagde] zal verbeuren als hij in strijd handelt met de op te leggen straat- en contactverboden wordt toegewezen, acht de voorzieningenrechter het opleggen van een dwangsom voorshands een voldoende prikkel tot nakoming voor [gedaagde] . De tevens gevorderde machtiging om de verboden met behulp van de sterke arm ten uitvoer te doen leggen, zal dan ook worden afgewezen.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. Aangezien aan [eiser] een toevoeging is verleend zijn de kosten voor het uitbrengen van de dagvaarding (exclusief verschotten zoals informatiekosten) in debet gesteld. Deze kosten komen daarom niet voor vergoeding aan [eiser] in aanmerking. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:
-
dagvaarding € 0,00
-
griffierecht € 78,00
-
salaris advocaat € 527,00
Totaal € 605,00
4 De beslissing
De voorzieningenrechter
verbiedt [gedaagde] om gedurende twee jaar na betekening van dit vonnis zich te bevinden en/of op te houden in [straatnaam] en de [plaats 3] te Deventer en de Bornsestraat te Bornerbroek,
verbiedt [gedaagde] om gedurende twee jaar na betekening van dit vonnis persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met [eiser] , diens dochter, de ouders van [eiser] en de ouders van [A] ,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 500,00 per overtreding van de verboden onder 4.1 en 4.2, met een maximum van € 20.000,00 per verbod,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 605,00,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Rijksen en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2017.