Insolventierecht

Verzoeker heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een…

Rechtbank Overijssel, 29 september 2025

Zaakgegevens

Op 29 september 2025 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Almelo
Datum uitspraak
29 september 2025
Datum publicatie
18 november 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2500970:R-RK
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2025:6679
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoeker heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.

De rechtbank wijst de verzoeken toe.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie

Zittingsplaats Almelo

Rekestnummer: NL:TZ:2500970:R-RK

Vonnis van maandag 29 september 2025

op het verzoek van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats];

verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Samenvatting

[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.


De rechtbank wijst de verzoeken toe.

1 De procedure

1.1.

De procedure bestaat uit:

- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;

- de zitting van maandag 22 september 2025, waarbij aanwezig waren:

- [verzoeker];
- [naam 1] (h.o.d.n. [bedrijf]);

- [naam 2], schuldhulpverlener.

1.2.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 Het verzoek

2.1.

[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3 De beoordeling

3.1.

Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).

3.2.

De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [verzoeker] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

3.3.

[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling te bepalen op een datum in de maand mei 2025. In mei 2025 is voor het eerst de spaarcapaciteit, gebaseerd op het loon van [verzoeker] en berekend conform de berekening van het vrij te laten bedrag, afgedragen voor de schuldeisers. Ook het vakantiegeld is afgedragen. Vanaf juni 2025 ligt er beslag op het loon van [verzoeker]. De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling op 29 mei 2025.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats];

4.2.

stelt de termijn van deze regeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 29 mei 2025;

4.3.

benoemt tot rechter-commissaris mr. R.P. van Eerde;

4.4.

benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres];

4.5.

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de regeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

4.6.

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;

4.7.

stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Gewezen te Almelo door mr. E. Venekatte, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.