Strafrecht overig

Rechtbank Overijssel · Herziening · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 19 februari 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
19 februari 2026
Datum publicatie
27 februari 2026
Zaaknummer
81.256689.20
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:1048
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Herstelvonnis

Uitspraak

Inhoudsopgave

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 81.256689.20

Datum herstelvonnis: 19 februari 2026

Herstelvonnis van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[bedrijf] B.V.,

gevestigd aan de [adres].

1 De aanleiding en de beoordeling

De rechtbank heeft geconstateerd dat in het vonnis van 19 februari 2026 een kennelijke fout staat.

In paragraaf 4 en in het dictum staat als kwalificatie van het bewezen verklaarde feit vermeld:

‘het misdrijf: aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen of aanbieden met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten

en

het misdrijf: aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten’

Abusievelijk is in de kwalificatie niet vermeld dat het strafbare feit is begaan door een rechtspersoon en dat sprake is van medeplegen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat hier sprake is van een kennelijke fout, aangezien verdachte een rechtspersoon is en de rechtbank bewezen heeft verklaard dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals in paragraaf 3.4 van het vonnis weergegeven, tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.

2 De beslissing

De rechtbank:

- bepaalt dat de kwalificatie van het strafbare feit, zoals vermeld in paragraaf 4 en het dictum van het vonnis als volgt (bij herstel) dient te worden gelezen:

‘het misdrijf: het medeplegen van aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen of aanbieden met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten, begaan door een rechtspersoon

en

het misdrijf: het medeplegen van aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten, begaan door een rechtspersoon’;

- bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 19 februari 2026 wordt vermeld op de minuut van het oorspronkelijke vonnis van 19 februari 2026.

Dit herstelvonnis laat het oorspronkelijke vonnis, voor zover niet gewijzigd, volledig in stand en vormt een onverbrekelijk geheel met het oorspronkelijke vonnis en doet geen nieuwe termijn voor hoger beroep ingaan. De griffier zal dit herstelvonnis hechten aan het oorspronkelijke vonnis en aan partijen toezenden.

Deze herstelbeslissing is opgemaakt door mr. R.P. van Campen, voorzitter, mr. H. Stam en mr. A.S. Metgod, rechters, bijgestaan door mr. E.L. Vedder, griffier, en ondertekend op 19 februari 2026.

Buiten staat

Mr. H. Stam is niet in de gelegenheid dit herstelvonnis mede te ondertekenen.