Bestuursprocesrecht

Het is niet in geschil dat eiser te laat beroep heeft ingesteld. Er is geen verontschuldiging gebleken voor…

Rechtbank Rotterdam, 21 december 2023

Zaakgegevens

Op 21 december 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
21 december 2023
Datum publicatie
21 december 2023
Zaaknummer
ROT 23/2906
Procedure
Proces-verbaal
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:12136
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het is niet in geschil dat eiser te laat beroep heeft ingesteld. Er is geen verontschuldiging gebleken voor het overschrijden van de beroepstermijn. Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 23/2906


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2023 in de zaak tussen


[naam eiser], uit [plaatsnaam], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland, het college

(gemachtigden: [naam 1] en [naam 2]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen een verkeersbesluit van 1 april 2022 (het bestreden besluit) waarin is bepaald dat bij bepaalde parkeerplaatsen laadpalen worden geplaatst.

1.1.

De rechtbank heeft het beroep op 21 december 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, [naam 3] en de gemachtigden van het college.

1.2.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. Het bestreden besluit is met de publicatie in het Gemeenteblad op 1 april 2022 op de juiste wijze bekendgemaakt. Dat eiser pas met het bestreden besluit bekend is geraakt nadat begonnen werd met de plaatsing van een laadpaal doet daar niet aan af. De termijn om beroep in te stellen liep daarom af op 13 mei 2022. Het is niet in geschil dat eiser te laat beroep heeft ingesteld. Er is geen verontschuldiging gebleken voor het overschrijden van de beroepstermijn. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk wat ertoe leidt dat de zaak niet inhoudelijk wordt beoordeeld.

3. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 december 2023 door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.

griffier rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gemeenteblad 2022, 146751. Als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb.