Bestuursstrafrecht

Varia, vovo, verlengde sluiting van een café in verband met een schietincident in de nabijheid van het café…

Rechtbank Rotterdam, 15 juli 2026

Zaakgegevens

Op 15 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
15 juli 2026
Datum publicatie
15 juli 2026
Zaaknummer
ROT 26/5143
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:8639
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Varia, vovo, verlengde sluiting van een café in verband met een schietincident in de nabijheid van het café. Niet is komen vast te staan dat er een verband is tussen het schietincident en het café. Daarom was er geen aanleiding voor de verlenging van de sluiting.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/5143


uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] h.o.d.n. [handelsonderneming 1] , uit [plaats 1] , verzoeker

(gemachtigde: mr. Z.M. Nasir),

en

de burgemeester van Rotterdam

(gemachtigde: mr. R. Duivenvoorde en mr. S.A. de Roo).

Derde-partij: [handelsonderneming 2] B.V., gevestigd in [plaats 2] (de pandeigenaar).

Samenvatting

De burgemeester heeft de horeca-inrichting van verzoeker op 27 mei 2026 met spoed voor twee weken gesloten. Vervolgens heeft de burgemeester de sluiting verlengd tot drie maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens en verzoekt daarom om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe, omdat niet is komen vast te staan dat er een verband is tussen het schietincident en de horeca-inrichting. Er was geen aanleiding voor de verlenging van de sluiting van de horeca-inrichting.

Procesverloop

1. Met het besluit van 27 mei 2026 heeft de burgemeester de horeca-inrichting van verzoeker, [handelsonderneming 1] , gevestigd aan de [adres] in [plaats 1] (het café), met spoed gesloten voor de duur van twee weken. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

2. Met het bestreden besluit van 9 juni 2026 heeft de burgemeester de sluiting van het café verlengd tot 26 augustus 2026 (in totaal drie maanden). Verzoeker heeft tegen de verlengde sluiting afzonderlijk bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester. Namens de pandeigenaar is niemand verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?

3. Verzoeker is eigenaar en exploitant van het café. Het pand waarin het café is gevestigd is eigendom van [handelsonderneming 2] B.V., gevestigd in Schiedam.

4. Uit de bestuurlijke rapportage van 26 mei 2026 (hierna: bestuurlijke rapportage) blijkt dat de politie op 25 mei 2026 omstreeks 23:00 uur de melding kreeg van een schietincident ter hoogte van het café. De politie heeft naar aanleiding van deze melding een onderzoek ingesteld. De meldster, tevens getuige, verklaarde tegenover de politie dat zij, op weg naar de berging bij haar woning, een man had zien staan ter hoogte van [ perceel 1] . Toen zij doorliep naar haar berging hoorde zij een luide knal. Zij zag de man in de richting van het café rennen en hoorde hem roepen ‘Kom dan’, in de richting van het café. Zij zag dat de man zijn arm uitstrekte en iets in zijn handen had. Daarna hoorde zij opnieuw een luide knal. Vervolgens zag zij de man in de richting van de Rusthoflaan rennen. Op de hoek van [perceel 2] , tegenover het café, vond de politie later twee hulzen, die afkomstig zijn van een vuurwapen. In het pand van het café of de naastliggende panden zijn geen kogelinslagen aangetroffen.

4.1.

De politie heeft vervolgens een onderzoek ingesteld bij het café. Op dat moment waren er ongeveer tien personen op het terras en ongeveer twintig personen binnen in het café. Alle personen verklaarden niets te hebben gezien of gehoord. Behoudens één man aan de bar, die in eerste instantie verklaarde dat hij twee harde knallen had gehoord. Na door twee mannen in een onbekende taal te zijn aangesproken trok hij zijn verklaring weer in en weigerde hij verder te verklaren.

De politie trof in het café slechts één medewerker aan, achter de bar. Deze persoon bleek niet op de exploitatievergunning te zijn bijgeschreven als beheerder/leidinggevende. De exploitant/beheerder (verzoeker) was zelf niet aanwezig en is door de politie gebeld. Op een (groot) beeldscherm achter in het café waren camerabeelden te zien. Verzoeker verklaarde hierover tegen de politie dat niemand de code heeft van het camerasysteem en dat niemand de code (aan de politie) kan geven. De beelden zouden bij een externe partij worden opgeslagen. Omdat verzoeker al een tijdje niet meer had betaald zouden de beelden nergens meer worden opgeslagen. De politiefunctionarissen zagen vervolgens dat er vier kabels vanaf het beeldscherm langs de muur naar buiten waren aangelegd, die uitkwamen bij een kastje met de tekst: Surveillance & Hardware. In overleg met de digitale opsporing van de politie is dit kastje van de muur geschroefd en in beslag genomen om te kijken of er beelden zijn opgenomen.

4.2.

In de aanvullende politierapportage van 4 juni 2026 (hierna: aanvullende rapportage) heeft de politie nog gewezen op de, volgens hen, verhoogde kans op herhaling van geweldsincidenten of excessief geweld en de veiligheidsrisico’s voor (direct) omwonenden. Uit waarnemingen van rechercheurs blijkt dat de schutter voorafgaand aan het schietincident gedurende enige tijd op het terras en in de nabijheid van het café rondhing. Voor de politie staat daarom onweerlegbaar vast dat het café van verzoeker op de een of andere manier is betrokken bij het schietincident. Dit wordt gevoed door het feit dat een aanwezige getuige weigerde verder te verklaren, nadat hij door omstanders was aangesproken en het gebrek aan medewerking vanuit het café bij het vrijgeven van de camerabeelden. Daarnaast worden met toenemende frequentie anonieme meldingen over het café ontvangen.

Waar gaat deze zaak om?

5. De burgemeester stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat een verlengde sluiting noodzakelijk is om de openbare orde te handhaven en de risico’s voor omwonenden te beperken. De burgemeester baseert dit standpunt met name op de aanvullende rapportage, waarin de politie een direct verband legt tussen het schietincident, het café van verzoeker en het risico voor de openbare orde en veiligheid nog steeds als zeer groot beoordeelt. De burgemeester acht zich daarom op grond van artikel 2:30, eerste lid, aanhef en onder d, in samenhang met artikel 1:8, eerste lid, onder a en b, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 (APV), bevoegd de sluiting voor de duur van in totaal drie maanden te verlengen. Minder verstrekkende maatregelen, zoals verscherpt rijdend toezicht of cameratoezicht hebben niet hetzelfde effect als een sluiting. Een verlengde sluiting is volgens de burgemeester noodzakelijk en proportioneel. Daarbij neemt zij in aanmerking dat de gebeurtenissen rond het café een grote impact hebben (gehad) op de buurt en dat niet is gebleken dat verzoeker concrete en effectieve maatregelen heeft getroffen om het risico op herhaling weg te nemen.

6. Verzoeker is het met de verlengde sluiting niet eens en wil met zijn verzoek bereiken dat het café zo spoedig mogelijk weer wordt geopend, zodat hij de exploitatie ervan kan hervatten.

Spoedeisend belang

7. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als sprake is van ‘onverwijlde’ spoed, waardoor de beslissing op het bezwaar niet kan worden afgewacht.

8. Verzoeker kan door de verlengde sluiting zijn café drie maanden lang niet exploiteren. De voorzieningenrechter wil daarom wel aannemen dat de verlengde sluiting grote financiële gevolgen voor verzoeker heeft. De burgemeester betwist het spoedeisend belang niet. De voorzieningenrechter neemt daarom het spoedeisend belang aan en zal de zaak inhoudelijk beoordelen.

Wat vindt de voorzieningenrechter inhoudelijk van de zaak?

9. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Juridisch kader

10. Op grond van artikel 2:30, eerste lid, aanhef en onder d, van de APV, gelezen in samenhang met artikel 1:8, eerste lid, onder a en b, van de APV, kan de burgemeester een openbare inrichting tijdelijk of voor onbepaalde tijd sluiten in het belang van de openbare orde of de openbare veiligheid.

11. Volgens het Handhavingsarrangement bij de Horecanota besluit de burgemeester bij de eerste constatering van ernstig geweld in eerste instantie tot een spoedsluiting van twee weken. Daarna bekijkt de burgemeester of het sluitingsbevel kan worden ingetrokken of dat een sluiting van de inrichting voor maximaal drie maanden nodig is. Van een ernstig geweldsincident is onder meer sprake als met een vuurwapen wordt geschoten, of gedreigd.

Verlenging van de sluiting

12. Verzoeker heeft gemotiveerd betwist dat de burgemeester bevoegd was om tot verlenging van de sluiting van het café over te gaan. Volgens verzoeker valt uit de bestuurlijke rapportage en de aanvullende rapportage geenszins af te leiden dat er een direct verband bestaat tussen het schietincident op 25 mei 2026 en het café(pand) van verzoeker.

13. De voorzieningenrechter volgt verzoeker in dit standpunt. Om het café te kunnen sluiten moet er sprake zijn van een ernstig geweldsincident dat te relateren is aan het café. Niet in geschil is dat de burgemeester de schietpartij heeft kunnen aanmerken als een ernstig geweldsincident. De voorzieningenrechter acht het op grond van de bestuurlijke rapportage en de aanvullende rapportage – anders dan de burgemeester – echter niet zonder meer aannemelijk dat het schietincident, hoewel dit in de nabijheid van het café heeft plaatsgevonden, direct verband houdt met (de exploitatie van) het café. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt niet in welke richting de schutter heeft geschoten. En dus ook niet dat er gericht op of in de richting van het café is geschoten. De meldster/getuige heeft verklaard dat zij, op weg naar de berging bij haar woning, een man heeft zien staan ter hoogte van [ perceel 1] . Toen zij doorliep hoorde zij een luide knal. De getuige heeft de schutter dus wel horen schieten, maar niet zien schieten. Laat staan dat zij heeft gezien in welke richting er werd geschoten.

13.1.

Daarbij wijkt de verklaring van deze getuige op details af van de situatie zoals beschreven in de bestuurlijke rapportage. De getuige heeft verklaard dat zij de man (na het eerste schot) in de richting van het café zag rennen en hem in de richting van het café hoorde roepen: ‘Kom dan.’ Zij zag vervolgens dat de man zijn arm uitstrekte en dat hij iets in zijn handen had. Daarop hoorde zij opnieuw een luide knal. Vervolgens zag zij de man in de richting van de [straatnaam] rennen. Deze verklaring impliceert dat de schutter vanaf twee verschillende plekken zou hebben geschoten. Dat laat zich niet rijmen met het feit dat de politie op het trottoir tegenover het café twee kogelhulzen bij elkaar heeft aangetroffen, wat betekent dat er twee keer vanaf dezelfde plek moet zijn geschoten.

13.2.

Van belang is verder dat er geen kogelinslagen in het pand van het café of in de naastliggende panden zijn aangetroffen. Ook in zoverre is niet komen vast te staan dat er op of in de richting van het café is geschoten. De enkele omstandigheid dat de schutter zich kort voor het schietincident aantoonbaar op het terras en in de nabijheid van het café heeft opgehouden, is onvoldoende om aan te nemen dat er een direct verband is te leggen tussen het schietincident en het café. De stelling van de politie dat hiermee onweerlegbaar vaststaat dat het café op de een of andere manier betrokken is bij dit schietincident, kan de voorzieningenrechter daarom niet zonder meer volgen. In dit verband is ook van belang dat de schutter niet vanaf het terras van het café heeft geschoten.

13.3.

In de aanvullende rapportage staat dat het onderzoek nog volop gaande is. Er worden nog onderzoekshandelingen verricht en er wordt nog informatie geverifieerd. Daarom kunnen nog geen nadere inhoudelijk details worden gedeeld zonder het onderzoek te schaden.

13.4.

Op de zitting heeft de gemachtigde van de burgemeester verklaard dat de politie nog is gevraagd meer duidelijkheid te geven over het vermeende verband tussen het schietincident en het café van verzoeker. De politie blijft erbij dat er een link is met de horecagelegenheid van verzoeker, maar dat zij in het belang van het nog lopende onderzoek geen nadere informatie kunnen verstrekken. De voorzieningenrechter begrijpt dat de politie niet meer kan zeggen dan zij tot nu toe heeft gedaan, maar dat betekent ook dat de voorzieningenrechter op dit moment niet kan vaststellen dat een direct verband bestaat tussen het schietincident en het café van verzoeker.

13.5.

Het enkele feit dat het café een zekere reputatie heeft, gelet op alle antecedenten en (overlast)meldingen die in de politiesystemen bekend zijn, en dat zich in de (directe) omgeving van het café vergelijkbare incidenten hebben voorgedaan, vormt op zichzelf geen reden om die relatie alsnog aan te nemen. Bovendien heeft de gemachtigde van de burgemeester op de zitting verklaard dat de meldingen en antecedenten niet hebben meegewogen bij het besluit om de sluiting te verlengen.

13.6.

Uit het voorgaande volgt dat uit het bestreden besluit onvoldoende blijkt dat er een verband bestaat tussen het schietincident en het café en dat het ter bescherming van de openbare orde nodig was om de sluiting van het café te verlengen. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom toewijzen. Wat verzoeker overigens heeft aangevoerd behoeft verder geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

14. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, schorst het besluit van 9 juni 2026 tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar en treft daarbij de voorlopige voorziening dat het café met onmiddellijke ingang weer open mag.

15. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet de burgemeester het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

  • schorst het besluit van 9 juni 2026 tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;

  • treft de voorlopige voorziening dat het café met onmiddellijke ingang weer open mag;

  • bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;

  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.G. den Ambtman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.